Ondernemersfonds (OZB niet-woningen)

Het eerste ondernemersfonds in Nederland werd in Leiden opgericht, per 1 januari 2005. Leiden heeft een fonds opgezet via de OZB op niet-woningen, welke in de regio inmiddels navolging heeft gekregen in Lisse (2008), Katwijk en Delft (2011).

Werkwijze OZB-fonds :

Via een opslag op de OZB niet-woningen betaalt iedere ´ondernemer´ (hierin worden tevens sport- en onderwijsinstellingen begrepen, maar ook ziekenhuizen en musea) een extra bedrag aan OZB. De gemeente int dit bedrag bij de jaarlijkse aanslag en hevelt dit bedrag over aan de Stichting Ondernemersfonds. De stichting beheert deze gelden voor samenwerkingsverbanden in de stad, deze kunnen dit geld benutten voor collectieve ondernemersdoelen.

In veel gevallen zijn dit terreingebonden ondernemers- en winkeliersverenigingen, maar er zijn ook een aantal sectorale samenwerkingsverbanden (onderwijs en sport). Via de OZB-gegevens van de gemeente wordt gekeken hoeveel geld door een gebied wordt opgehaald. Dit geld (met een kleine inhouding voor overheadkosten van de stichting) mag de vereniging dan gebruiken voor haar activiteiten, jaarlijks wordt aan verenigingen gecommuniceerd wat hun budget (´trekkingsrecht´) is.

Verenigingen kunnen allerlei plannen maken voor bestedingen. Het bestuur van het fonds geeft in haar vergaderingen akkoord voor deze uitgave, waarna de factuur rechtstreeks aan de stichting gestuurd kan worden. Na contact met de vereniging (is de dienst naar behoren geleverd en klopt de factuur?) wordt de factuur betaald uit het budget van de betreffende vereniging.



De stichting Ondernemersfonds is belanghebbende bij de uitvoering van activiteiten door verenigingen in de stad en doet vanuit die hoedanigheid aangifte van btw. De gemeente Leiden vraagt de extra betaalde btw aan het fonds terug via het BTW-compensatiefonds.

Specifieke eigenschappen:

  • Gemeentebreed – OZB verhoging kan alleen gemeentebreed, over alle niet-woningen worden ingesteld. Dat betekent dat zowel de binnenstad als de bedrijventerreinen, maar ook bijvoorbeeld onderwijsinstellingen met de OZB-verhoging worden geconfronteerd. Wel is het mogelijk om binnen het fonds geld te ´labelen´ naar gebied, zodat ieder gebied haar eigen geld kan besteden. Binnen het OZB-fonds kunnen op deze wijze afspraken gemaakt worden met sectoren of grote betalers.

  • Wie betalen mee? – Via de OZB niet-woningen betalen alle huurders én eigenaren mee van panden die onder de OZB niet-woningen vallen. Dat zijn winkeliers, ondernemers, maar ook sport-, zorg- en onderwijsinstellingen.

  • Draagvlakmeting – de gemeenteraad stelt de jaarlijkse OZB vast en zal gevraagd moeten worden door ondernemers om hier een verhoging in aan te brengen die ten gunste van de ondernemers zal komen. De raad zal hiervoor willen peilen of er voldoende draagvlak onder ondernemers is. In Leiden (en ook in later opgerichte fondsen) is hierbij gekeken naar de ondersteuning van verenigingen en grote betalers (bv. universiteit, ziekenhuis).

  • Periode – een ondernemersfonds is nodig zolang ondernemers het ondersteunen en er behoefte aan hebben. In eerste instantie is in Leiden daarom in 2005 afgesproken dat het fonds voor een periode van twee jaar zou worden opgericht. Na die periode is door ondernemers besloten het fonds door te zetten, na vier jaar zal deze vraag opnieuw aan de ondernemers gesteld worden.

  • Uitgaven – ondernemersverenigingen mogen plannen maken voor de besteding van hun eigen budget. Deze plannen moeten wel collectief zijn, maar verder worden er geen voorwaarden gesteld. Dat heeft in Leiden geresulteerd in heel verschillende uitgaven, van parkmanagement tot barbecues en van sinterklaas tot extra verlichting.

Leads to Insight