Opzegverboden bij ontslag
Als u een werknemer wilt ontslaan, dan moet u zich aan de wettelijke regels houden. Voor een aantal gevallen geldt er een opzegverbod. U mag een arbeidscontract niet opzeggen:
- in strijd met de gelijke behandeling;
- als de werknemer een beroep heeft gedaan op het discriminatieverbod;
- bij zwangerschap en bevalling;
- tijdens militaire dienst (denk aan buitenlandse werknemers);
- in de eerste 2 jaar dat een werknemer ziek is;
- bij iemand die medezeggenschapstaken verricht;
- in geval van politiek verlof;
- wegens verlof of verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur;
- bij de overdracht van de onderneming;
- wegens de weigering om op zondag te werken.
Wanneer gelden de opzegverboden niet?
In bepaalde gevallen hoeft u geen rekening te houden met de bovenstaande opzegverboden. De verboden gelden niet:
- bij ontslag op staande voet om dringende redenen;
- tijdens de proeftijd;
- bij beƫindiging met wederzijds goedvinden;
- als een contract voor bepaalde tijd afloopt;
- bij het einde van de werkzaamheden van uw bedrijf.
Een werknemer die meent dat het ontslag in strijd is met een opzegverbod, moet binnen 2 maanden schriftelijk bezwaar maken bij de werkgever. De werknemer doet dan een beroep op de vernietigbaarheid van het ontslag. Als de werkgever hieraan geen gehoor geeft, dan kan de werknemer (binnen 6 maanden) naar de rechter.
