Financiering & geldzaken

Bepaal de levensvatbaarheid van je bedrijf

In de coronacrisistijd hoor je het begrip ‘levensvatbaar bedrijf’ steeds vaker. Maar wat betekent dat en hoe kom je erachter of jouw bedrijf kan overleven?

Als de coronacrisis je direct treft, beleef je zware tijden. Een tweede lockdown kan de genadeklap zijn voor je bedrijf. Je wilt weten wat je kunt doen om je bedrijf door de crisis te trekken. Bepaal eerst of je bedrijf gezond is. Hieronder lees je welke factoren de levensvatbaarheid van je bedrijf bepalen.

Wat is een levensvatbaar bedrijf?

Een levensvatbaar bedrijf is een bedrijf dat met zijn bedrijfsvoering voor langere tijd winstgevend (rendabel) is en aan zijn financiële en organisatorische verplichtingen kan voldoen.

Inzicht krijgen

Inzicht in de levensvatbaarheid geeft jezelf, leveranciers en financiers een indicatie over de  gezondheid van je bedrijf. Als je meer weet over factoren die de gezondheid bepalen, kun je beter beslissingen nemen over vervolgstappen. Denk bijvoorbeeld aan je kosten verlagen, je verdienmodel aanpassen, financiering zoeken of in het uiterste geval stoppen. Een financier laat zijn oordeel over het verstrekken van financiering afhangen van de factoren die levensvatbaarheid bepalen. Als je zelf inzicht hebt en rekening houdt met het oordeel van een financier, ben je een betere gesprekspartner voor die financier en voor een financieel adviseur zoals een boekhouder of accountant.

Factoren in kaart brengen

De levensvatbaarheid bepaal je aan de hand van financiële en niet-financiële factoren. Je kijkt naar cijfers over rentabiliteit, vermogen, liquiditeit, cashflow en privé-inkomen. Met cijfers kun je ratio’s of rekenmodules maken. Deze cijfers haal je uit je winst- en verliesrekening en balans, die samen de jaarrekening vormen. Bij niet-financiële factoren gaat het over de ondernemer(s), de onderneming en omgevingsfactoren.

Rentabiliteit

Rentabiliteit is een maatstaf voor de winstgevendheid van je onderneming. Hierbij vergelijk je de winst met het gemiddeld totaal geïnvesteerd vermogen (eigen vermogen + vreemd vermogen). Je berekent het gemiddeld vermogen door het vermogen op 1 januari op te tellen bij het vermogen op 31 december en door 2 te delen.

Bij een eenmanszaak, vennootschap onder firma (vof) of maatschap is een deel van de winst bestemd als arbeidsbeloning (ondernemersvergoeding) voor de ondernemer(s). In de berekening is de richtlijn hiervoor 30.000 euro.

Berekening rentabiliteit

((nettowinst + betaalde rente - ondernemersvergoeding) / (gemiddeld totaal geïnvesteerd vermogen) x 100% = rentabiliteit

Rekenvoorbeeld eenmanszaak: ((40.000 + 2500 - 30.000) / 50.000) x 100% = 25%

Bij een besloten vennootschap (bv) is de arbeid van de ondernemer(s) al beloond via salaris of managementvergoeding.

Berekening rentabiliteit bij een bv:

((nettowinst + betaalde rente + belasting over winst) / totaal vermogen) x 100% = rentabiliteit

Rekenvoorbeeld bv: ((50.000 + 25.000 + 45.000) / 500.000) x 100% = 24%

Een rentabiliteit op het totale vermogen tussen de 5 en 10% vinden financiers acceptabel. De hogere cijfers in de rekenvoorbeelden betekenen dat de ondernemingen bovengemiddeld winstgevend zijn.

Tabel: Voorbeeldbalans

Activa (bezittingen)Passiva (financiering)

Vaste activa (1 jaar)

Eigen vermogen

Vastgoed100.000Eigen vermogen 55.000
Bedrijfsmiddelen  25.000





Vlottende activa (< 1 jaar)
Lang vreemd vermogen

Voorraad  25.000Hypotheek
80.000
Debiteuren  10.000Kort vreemd vermogen
Liquide middelen  10.000Crediteuren10.000


Rekening-courant-
krediet
25.000




Totaal Activa170.000Totaal Passiva170.000

Vermogen

De verhouding tussen eigen vermogen en het totale vermogen heet solvabiliteit. Dit is een indicatie of je onderneming op lange termijn aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Financiers vinden dat een solvabiliteitspercentage tussen de 25 en 40 moet liggen. De norm voor solvabiliteit verschilt per branche, per soort bedrijf en per financier. Hier vind je tips om je solvabiliteit te verbeteren.

Berekening solvabiliteit

(eigen vermogen / totaal vermogen) x 100% = solvabiliteit

Rekenvoorbeeld (met cijfers uit de voorbeeldbalans): (55.000 / 170.000) x 100% = 32%

Liquiditeit

Liquiditeit geeft aan of je op korte termijn je rekeningen kunt betalen. De liquiditeit van je onderneming beoordeel je via je current ratio, quick ratio en netto werkkapitaal. De cijfers in de berekeningen komen uit de voorbeeldbalans.

Current ratio

Dit kengetal geeft aan of je jouw (kortlopende) schulden uit de vlottende activa kunt betalen. De waarde moet minimaal 1 zijn. Voor gezonde ondernemingen ligt het tussen de 1,2 en 1,5.

Berekening current ratio

vlottende activa + liquide middelen / kort vreemd vermogen = current ratio

Gespecificeerd: (voorraad + debiteuren + liquide middelen) / (rekening-courantkrediet + crediteuren) = current ratio

Rekenvoorbeeld: (25.000 + 10.000 + 10.000) / (25.000 + 10.000) = 1,29

Quick ratio

Dit kengetal geeft aan of je jouw (kortlopende) schulden uit de vlottende activa kunt betalen. Het verschil met de current ratio is dat je bij deze berekening de voorraden niet meerekent. Een positieve waarde voor dit kengetal is minimaal 1.

Gespecificeerd: (debiteuren + liquide middelen) / (rekening-courantkrediet + crediteuren) = quick ratio

Rekenvoorbeeld: (10.000 + 10.000) / (25.000 + 10.000) = 0,57

Nettowerkkapitaal

Het nettowerkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa en het kort vreemd vermogen op de balans van een onderneming. Het nettowerkkapitaal is positief als de vlottende activa groter zijn dan het vreemd vermogen op de korte termijn. Met dit geld kun je rekeningen betalen. Het is geld om dagelijks mee te werken in je bedrijf en heet daarom werkkapitaal.

Berekening nettowerkkapitaal

vlottende activa + liquide middelen - kort vreemd vermogen = nettowerkkapitaal

Gespecificeerd: (voorraad+debiteuren+liquide middelen) - (rekening-courantkrediet+ crediteuren) = nettowerkkapitaal

Rekenvoorbeeld: (25.000 + 10.000 + 10.000) - (25.000 + 10.000) = 10.000

Cashflow

De cashflow of kasstroom is het verschil tussen ontvangsten en uitgaven gedurende een periode. Dit is een indicatie voor het cash genererende vermogen van je bedrijf. Zijn je uitgaven groter dan je ontvangsten? Dan is je kasstroom negatief. Je hebt dan aanvullende financiering nodig. Zijn de ontvangsten groter dan de uitgaven? Dan heb je een positieve kasstroom.

Rekenvoorbeeld: Een ondernemer ontvangt in een kwartaal 30.000 euro aan omzet en geeft 20.000 euro uit aan inkoop en kosten. De cashflow is dan 30.000 - 20.000 = 10.000 en positief.

Privé-inkomen

Je bedrijf moet voldoende inkomen opleveren. Banken houden als richtlijn een minimumgrens aan van 30.000 euro. Voor een vennootschap onder firma (vof) is dit per vennoot. Voor een man-vrouw firma is het 45.000 euro samen. Voor een bv geldt een gebruikelijk loon van minimaal 47.000 euro in 2020. Een lager inkomen kan voor jezelf voldoende zijn. Je moet dan een financier overtuigen dat je met dat (tijdelijke) lagere inkomen aan je privéverplichtingen kunt voldoen. Een privébegroting maken helpt hierbij.

Ondernemer en onderneming

Jouw manier van ondernemen heeft invloed op de mate van levensvatbaarheid van je bedrijf. Kijk daarom kritisch in de spiegel en naar de manier waarop jouw onderneming is georganiseerd. Kijk ook met de ogen van een financier. Die kijkt naast de cijfers ook naar jou als ondernemer en jouw onderneming. Hij wil jouw toekomstvisie horen en jouw strategie. Ook wil hij meer weten over je ervaring, opleiding, branchekennis, netwerk en samenwerkingsverbanden. Van je onderneming wil de financier meer weten over de rechtsvorm, de activiteiten, het managementinformatiesysteem en de Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s).

Omgevingsfactoren

Tenslotte spelen omgevingsfactoren een rol bij het bepalen van de levensvatbaarheid van je bedrijf. Dat zijn ontwikkelingen die buiten je bedrijf liggen. Ze kunnen kansen bieden zoals nieuwe technologie, maar ook bedreigingen zoals gedwongen sluiting door overheidsmaatregelen. Op de meeste heb je weinig invloed, maar je kunt er rekening mee houden.

Denk aan trends en ontwikkelingen die effect hebben op jouw branche. Bijvoorbeeld demografische factoren zoals leeftijd, groei en omvang van de bevolking. Of ecologische factoren bij klimaat en energie. Sociaal-culturele factoren zijn onder meer levensstijl en sociale trends. Technologische factoren zijn innovatie en trends zoals digitalisering. Bij economische factoren let je op conjunctuur en koopkracht. Denk bij politieke-juridische factoren aan wetgeving en mate van ingrijpen in de economie. Bedenk of laat zien hoe je met je bedrijf op omgevingsfactoren inspeelt.

Conclusie

Als je alle factoren op een rij zet, kun je de levensvatbaarheid van je bedrijf inschatten. Scoor je op de 5 financiële factoren positief? Dan ziet de levensvatbaarheid er in de basis goed uit. Ook op de niet-financiële factoren moet er voldoende perspectief zijn. Houd er rekening mee dat een financier meestal strenger naar de factoren kijkt dan een ondernemer. En elke financier gebruikt eigen getallen en percentages om de waarde van de factoren te wegen.

Verwacht je met acties in de toekomst een hogere score? Ga dan door met ondernemen. Verwacht je onvoldoende verbetering? Dan is stoppen mogelijk de juiste beslissing. De volgende 4 routes ondersteunen je bij vervolgstappen.

Zwaar weer routes

Als je de KVK Zwaar weer routewijzer invult, bepaal je je uitgangspositie. De routewijzer leidt je naar 1 van de volgende 4 routes:

  1. Met hulp de crisis door: je bedrijf was voor de coronacrisis gezond en je kunt met (financiële) hulp de crisis overbruggen.
  2. Kies een ander businessmodel: je bedrijf was voor de coronacrisis gezond en je kunt met aanpassing van het verdienmodel en financiële hulp door.
  3. Kiezen voor doorgaan of stoppen: het is onzeker of je bedrijf levensvatbaar is. Je krijgt lastig financiering, maar met coronaregelingen zou je bedrijf kunnen overleven.
  4. Stoppen met je bedrijf: je bedrijf is helaas niet in staat om de crisis te overleven.
Wil je met iemand sparren over jouw financiële situatie? Bel met de KVK Financieringsdesk: 0800 10 14.
Bert Wams

Als KVK-adviseur Financiering & Geldzaken ben ik gespecialiseerd in alternatieve, niet bancaire financiering: crowdfunding, business angels, bootstrapping, kredietunies en overheidsregelingen. Ik deel trends via blogs en social media.

InspiratiePage