het Verenigd Koninkrijk

Flextension

Eureka! Theresa May heeft het licht gezien. Na twee jaar aanmodderen met de compromisloze Noord-Ierse gedoogpartners van de DUP, heeft de Britse premier haar toevlucht gezocht tot oppositieleider Jeremy Corbyn. Met hem hoopt May tot een brexitoplossing te komen die wel op voldoende steun van het Lagerhuis kan rekenen, analyseert columnist Mathijs Schiffers.

De stap is logisch. May leidt een minderheidsregering die voor het Verenigd Koninkrijk een existentiële wijziging moet doorvoeren waar slechts 52% van het volk voor heeft gekozen. Dan kun je maar beter breed parlementair draagvlak hebben. Mays Conservative Party en het Labour van Corbyn bezetten samen 85% van de zetels in het Lagerhuis. Dit terwijl May met de DUP amper een meerderheid heeft.

Maar de stap is ook rijkelijk laat, waardoor de kans op succes klein is. Twee jaar lang scholden May en Corbyn elkaar de huid vol. Het onderlinge wantrouwen is groot. Niet alleen tussen de twee hoofdrolspelers zelf, maar zeker ook tussen hun parlementsleden in het Lagerhuis.

Onmogelijke balanceeract

Beide leiders moeten een onmogelijke balanceeract uitvoeren. Zo eist een deel van Corbyns achterban een nieuw referendum, terwijl hij daar zelf niets voor voelt, omdat veel kiezers in Labour-districten dit verraad vinden. Een deel van Mays fractie heeft het sowieso gehad met hun leider. Als ze ook nog toegeeft aan Corbyns wens om na Brexit in een douane-unie met de EU te blijven, kan de druk onhoudbaar worden.

Wat de zaak extra bemoeilijkt is dat May heeft aangekondigd te vertrekken zodra Brexit een feit is. De kans is aanwezig dat ze dan wordt opgevolgd door een oer-Brexiteer als Boris Johnson, die zomaar alle afspraken van May met Corbyn aan zijn laars kan lappen.

Lenigheid

De politieke veteranen zullen kortom heel wat lenigheid aan de dag moeten leggen om tot een vergelijk te komen dat de eindstreep weet te halen. Dit terwijl soepelheid nooit hun grootste kwaliteit is geweest. Toch valt het te hopen dat de twee het vermogen hebben over de schaduw van hun partijen en zichzelf heen te stappen.

Zeker voor het bedrijfsleven aan beide kanten van de Noordzee. Een combinatie van Mays deal met Brussel over burgerrechten, de eindafrekening en een overgangsperiode enerzijds en een Corbyn-achtige douane-unie met de EU anderzijds, is een oplossing die menig ondernemer niet slecht in de oren zal klinken.

Opnieuw schuiven

Resteert de vraag wat de Europese Unie moet doen. Op vrijdag 12 april vindt Brexit plaats, tenzij de vertrekdatum opnieuw wordt opgeschoven. May wil uitstel tot eind juni, met de mogelijkheid om op 22 mei al te vertrekken als er een door iedereen goedgekeurde deal ligt. Zo hoopt ze te voorkomen dat de Britten mee moeten doen met de Europese parlementsverkiezingen die een dag later beginnen.

De EU moet er ook niet aan denken dat de Britten aan deze verkiezingen meedoen. Tegelijkertijd wil ‘Brussel’ ook niet om de paar weken geconfronteerd worden met een nieuw verzoek om uitstel. Want dat leidt telkens tot nieuwe deadlines, met nieuwe spanningen die het bedrijfsleven kunnen verlammen.

Het Brusselse idee van uitstel met een jaar, met de mogelijkheid van een eerder vertrek mits er een deal ligt, is waarschijnlijk de minst slechte oplossing voor dit dilemma. Ze hebben er al een fraai woord voor in het Europese kwartier van de Belgische hoofdstad. Flextension.

Ruim 77.000 Nederlandse bedrijven krijgen te maken met Brexit. Deal or no deal. Weet wat er speelt en bereid je goed voor. Brexit-nieuws voor ondernemers
Mathijs Schiffers

Schrijver en journalist. Als correspondent voor onder meer Het Financieele Dagblad volg ik vanuit Londen het Brexitdebat. In 2018 verscheen mijn boek 'Brexitland, een onverenigd koninkrijk'. Gastcolumnist op KVK.nl.

InspiratiePage