Evofenedex op de bres voor ondernemend Nederland

Stagnerende export naar China, dreigende importtarieven vanuit de VS en onzekere vooruitzichten met het VK door Brexit; het zakendoen over de grens wordt er niet makkelijker op voor Nederlandse ondernemers. En dat terwijl “export serieus belangrijk is,” volgens Bart Jan Koopman, directeur van evofenedex, de ondernemersorganisatie voor export en logistiek. Daarom springt zijn organisatie op de bres en roept de overheid maar ook haar eigen leden op tot actie.
Bart Jan Koopman, directeur van evofenedex
Bart Jan Koopman, directeur van evofenedex

Via haar dienstverlening ondersteunt evofenedex haar 15.000 leden met internationaal ondernemen. “Door het gesprek aan te gaan met de Nederlandse overheid en Brussel proberen wij de relatie tussen Nederland en bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten, maar ook tussen Europa en de genoemde landen goed te houden. Dit alles om extra belemmeringen te voorkomen.” Vanuit haar leden ontvangt de organisatie veel vragen over Brexit, handelspolitiek en -verdragen. Op zich niet raar, want dit zijn belangrijke onderwerpen. Het afsluiten van handelsakkoorden met derde landen (landen buiten de EU en straks mogelijk ook het VK) of andere organisaties zorgen voor een opheffing of vermindering van handelsbarrières en invoerheffingen. In april 2018 bereikte de EU een akkoord over handelsverdragen met Japan en Singapore. Ook komt er een nieuw akkoord met Mexico en start de EU handelsoverleggen met Australië en Nieuw-Zeeland.

Eigen makelij

Binnen de EU bestaan regels voor (on)eerlijke concurrentie. Daarbuiten concurreren Nederlandse bedrijven met bijvoorbeeld Chinese bedrijven die staatsteun ontvangen, wat soms oneerlijke handel oplevert. Ons land ‘verdient’ het meeste aan producten van eigen makelij. Deze zogeheten ‘Made in Holland’ producten zijn van groot belang voor de economie. “De export van deze maakproducten en diensten met een toegevoegde waarde is winstgevender dan bijvoorbeeld alleen de doorvoer of wederuitvoer van handelsproducten. De overheid moet hier ook aandacht voor hebben”. Volgens Koopman kan dit op verschillende manieren. Zo is het de taak van de overheid (en Brussel) om voor een eerlijk speelveld te zorgen. Meer overheidsaandacht kan ook door handhaving of uitbreiding van het handelsinstrumentarium zoals exportkredietgaranties en fondsen als het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Binnen dit fonds biedt bijvoorbeeld het onderdeel ‘Exporteren Nederlands mkb’ een exportkredietverzekering en -financieringsmogelijkheden.

Breder plaatje

Het nieuwe handelsbeleid van het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking richt zich bijvoorbeeld op instabiele landen in de nabijheid van Europa als het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Koopman benadrukt dat de nieuwe handelsagenda vooral ook in de breedte moet werken. “Er liggen zeker kansen in deze landen, maar we moeten wel oog blijven houden voor het bredere plaatje. Plannen toegesneden op de groei in Azië, denk aan China en India, mogen daarbij niet ontbreken. Dit zijn overigens geen gemakkelijke landen om zaken mee te doen.” Volgens Koopman vraagt dit om overheidsondersteuning in de vorm van gerichte meerjarenprogrammering met bijvoorbeeld missies en de inzet van lokale ambassadenetwerken. “Natuurlijk zijn er al politieke handelsmissies, maar er moet meer langjarig gewerkt worden. Een eenmalige handelsmissie naar een land als India werkt niet. Nederland moet meerdere jaren achtereen bij dit land op de kaart staan. Daarnaast zie ik graag capaciteitsuitbreiding op de economische afdeling van de lokale ambassadenetwerken in plaats van krimp of sluitingen. Gelukkig staat dit al wel deels in de plannen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.”

KVK-relatiemanagers

KVK werkt samen met brancheverenigingen. Wil je ook contact met de KVK-relatiemanagers voor brancheverenigingen? Stuur dan een e-mail naar Gijs Bosch of Erwin van der Weide via secretariaat.publiek@kvk.nl.

Heeft deze informatie je geholpen?