Stappenmakers

Transcriptie: De groei van de duurzame burger

In de podcastserie ‘Stappenmakers’ van KVK voert presentatrice Annette van Soest al wandelend gesprekken met ondernemers over de stappen die ze hebben gezet en wat ze hiervan leerden. In aflevering 4, 'De groei van de duurzame burger', praat ze met Mark Kulsdom, een ondernemer waarbij duurzaamheid altijd het uitgangspunt is.

Luister naar de podcast

Transcriptie

Van Soest: Annette van Soest

Kulsdom: Mark Kulsdom

Van Soest: “Kun je zonder startkapitaal, maar met een ideaal de wereld veroveren? Mark Kulsdom is met The Dutch Weed Burger hard op weg. In 7 jaar tijd wist hij meer dan 1 miljoen van zijn zeewierburgers te verkopen. Sinds kort liggen zijn producten ook bij Albert Heijn in de schappen. Mijn naam Annette van Soest in de podcastserie Stappenmakers hoor je ondernemers stappen maken. Omdat ze kansen zien, willen groeien of omdat ze moeten. Een crisis, klimaatverandering, digitalisering. Bedrijven kunnen niet achterblijven.

Al wandelend ga ik met ze in gesprek over de stappen die ze hebben gezet. Vaak digitaal, soms op een andere creatieve manier. We beginnen bij de werkplek van de ondernemer en gaan daarna, tijdens een wandeling in de omgeving, échte stappen maken. In deze aflevering ga ik op stap met Mark, die in 2013 zonder eigen vermogen maar met een goed idee, een nieuwe onderneming startte. Met als doel: het verduurzamen van de voedselindustrie. Ik spreek met ‘m af op z’n hoofdkwartier: een op het land getrokken woonboot in Amsterdam-Noord.”

Geluid van kloppen op de deur

Kulsdom: “Hai. Kom binnen.”

Van Soest: “Mark?”

Kulsdom: “Ja, ik ben Mark.”

Van Soest: “Hai, Annette.”

Kulsdom: “Annette. Ja, dat dacht ik al. Kom binnen. Ik ben eh…”

Van Soest: “Ik sta meteen in de keuken.”

Kulsdom: “Klopt ja. We zijn even twee nieuwe burgers aan het testen om het wat sappiger te krijgen.”

Van Soest: “Oké. Want even omschrijven waar we zijn. Dit is het hoofdkwartier van The Weed Burger?”

Kulsdom: “Klopt ja. Dit is het hoofdkwartier van The Dutch Weed Burger. We zijn op de Keuvel in Amsterdam-Noord. Het is een sustainable playground, een soort broedplaats voor een paar startups, wat filmers en architecten. Een beetje die kliek. We zitten hier met een bootje of 15. Allemaal oude woonboten op het land gelegd en daar houden we kantoor in. Zoals je buiten kan zien: het is hartstikke groen hier, dus het is een soort stadsoase meteen ook.”

Van Soest: “Ja, want je komt aanlopen over de loopplanken. Woonboten, allemaal bedrijven. Met hoe veel man ben je hier en wat doe je hier precies?”

Kulsdom: “We werken hier met een vaste ploeg van ongeveer 4 á 5 mensen. We hebben twee stagiairs. Die houden zich bezig met productontwikkeling. Verder, vanuit hier doen we onze logistiek. We verzorgen de productie. Dat hebben we allemaal uitbesteed, maar vanuit hier coördineren we dat allemaal. Marketing houden we ons natuurlijk mee bezig. Ja, eigenlijk met alles wat er maar bij komt kijken. Dat doen we vanuit hier.”

Van Soest: “En je test dus nieuwe Weed Burgers. En het begint lekker te ruiken joh op de plaat.”

Kulsdom: “Klopt ja. Dit zijn 2 nieuwe versies met een bindmiddel dat we aan hebben gepast. We hebben een beetje meer olie toegevoegd om… Ja, het moet gewoon goed juicy zijn zeg maar.”

Van Soest: “Dus je bent eigenlijk de hele tijd aan het finetunen. Even terug naar het begin. In 2012, toen ging jij van documentairemaker opeens duurzaam ondernemer worden. Toen begon je dus met The Dutch Weed Burger. Hoe heb je die omslag gemaakt van idealistisch denker naar doener?”

Kulsdom: “Specifiek de Weed Burger? Nou, dat ging eigenlijk best wel vanzelf moet ik zeggen. Ik heb in 2012 een hele leuke documentaire gemaakt, al zeg ik het zelf. Over The Dutch Weed Burger, wat toen nog niet eens een product was, maar echt een idee. Het idee was van: hoe krijgen we zeewier nou toegankelijk voor een groot publiek? Daarvoor ben ik op zoek geweest in New York met een goede vriendin van mij, Lisette Kreischer. Zij schreef allerlei kookboeken. Toen zijn we langs heel veel vegan restaurants geweest daar om te kijken van: wat kan je er nou mee doen? Hoe maak je dat nou toegankelijk? Niet alleen in: wat serveer je, maar ook hoe zeg je het en wat zeg je vooral ook niet misschien? We kwamen terug uit New York en een half jaar later stonden we gewoon een heel gaaf concept te verkopen op Mysteryland.”

Van Soest: “Ja, je vertelt het nu alsof het zomaar vanzelf gebeurde, maar er zitten toch wel een paar stappen tussen denk ik. Ik ben toch benieuwd hoe je dan zeg maar van die documentaire naar echt een product bent gegaan.”

Kulsdom: “Klopt, ja. Nouja, voor die film hebben we onderzoek gedaan. En toen kwamen we uit bij een Nederlands bedrijfje: Oja. Die hadden een machine gebouwd waarmee je van bonenmeel en water kippenvlees kan maken.”

Van Soest: “Is dat hetzelfde bedrijfje wat ook voor De Vegetarische Slager heeft gewerkt in de begintijd?”

Kulsdom: “Klopt ja. De Vegetarische Slager is daar ook groot mee geworden. Dat was echt gewoon een mega revolutie in voedselproductie, want nu kon je mensen voor de gek houden en zeggen van: hier dit is kip. En dan dachten ze allemaal dat ze kip aten, maar dan was het gewoon van bonen gemaakt. Dus wij zaten daar met een van die oprichters en die zei van: hé, als jullie geïnteresseerd zijn in dit product en wilt iets met burgers, ga naar dat restaurant in Scheveningen, want ik heb net materiaal naar ze gestuurd. Zij willen heel graag iets doen met het grondmateriaal. Alleen, wij kwamen daar en toen realiseerden we ons vrij snel van: zij hadden niet echt een idee wat dan. Wij hadden heel erg een idee wél wat dan. En zij wisten niet hoe. En dat was een heel leuk huwelijk zeg maar, kortstondig.
Met hun chef hebben we toen een heel mooi concept gebouwd. Dat hadden we zelf toen denk ik op die manier niet kunnen verzinnen. En zij niet zonder ons, want wij wisten van: dit bindmiddel moet je hebben, kijk naar die grondstoffen, die leverancier. Laten we dat proberen. Laten we die micro-algen in het broodje doen. Dat ging eigenlijk best wel vanzelf. Iedereen was gewoon heel enthousiast en het wilde gewoon heel erg gebeuren. Drie maanden nadat we begonnen zijn, zijn we gaan verkopen op Mysteryland. Zij kwamen ’s ochtends aanrijden met een koelbusje van: hé, we hebben 700 burgers mee. Die waren allemaal op aan het einde van de dag. Dat was wel een soort van moment van: hmm, dit is wel heel erg interessant. Dit werkt. Dit product slaat gewoon aan. De naam werkt. Mensen vinden het superlekker. Dat is natuurlijk ook heel belangrijk, want voordien… Ja, vega was gewoon.”

Van Soest: “Ja, was gewoon een beetje geitenwollen sokken natuurlijk. Hé, je moet volgens mij weer even draaien hè.”

Kulsdom: “Ja, ze zijn denk ik wel goed om even te testen nu.”

Van Soest: “Oké. Ik ben heel benieuwd. Laten we even proeven.”

Geluid van keukengerei. Mark verbrand z’n vingers.

Van Soest: “Ze zijn heet genoeg.”

Kulsdom: “Proeven maar. Wil je ook een stukje.”

Van Soest: “Ja, lekker.”

Eetgeluiden

Van Soest: “Hmm. Waar let jij nu op?”

Kulsdom: “Wat ik nu als eerste bedenk is: die machine die perst ‘m heel hard samen, waardoor die z’n stevigheid krijgt. Dat is hier met de hand gedaan. Maar het gaat me vooral om: als je ‘m zo indrukt, dat de burger wel een beetje bounced zeg maar.”

Van Soest: “Hij moet terugveren?”

Kulsdom: “Ja en dat doet-ie op zich wel goed.”

Van Soest: “En je ziet dat het geen vlees is. Dat is ook niet wat jullie willen hè? Jullie willen niet een vleesvervanger maken?”

Kulsdom: “Nee, want dat is wel interessant wat er gebeurt. Want vlees, er is eigenlijk geen merk van vlees. Vlees is eigenlijk gewoon een grondstof. Het is ook een lichaam van een dier wat leeft uiteraard. Laten we dat vooral niet vergeten. En wat je nu ziet in die vega categorie is dat er heel veel merken zijn die iets nieuws bouwen, waarvan we het idee hebben dat het vlees vervangt. Maar eigenlijk is het gewoon een nieuwe categorie plantaardig eiwit. Dat is eigenlijk een beetje het toverwoord. In vlees zit veel eiwit en in plantaardige producten zit ook heel veel eiwit. We bouwen dus eigenlijk heel veel plantaardige eiwitwerken en daar zijn wij er een van.
We vervangen eigenlijk de manier waarop we vroeger eiwitten tot ons namen. Dat vervangen dat is natuurlijk wel, in de perceptie van veel mensen, het geval, maar feitelijk is het een soort opvolger. Ik vind dat eigenlijk een veel beter woord. Vlees wordt voor de boer zelf te duur om te maken. De bio-industrie ligt zwaar onder vuur. Stikstof, verzuring, noem het maar op. Eigenlijk allen grote klimaatproblemen die we hebben, die zijn terug te herleiden op de intensieve veehouderij. Het is gewoon een kwestie van tijd voordat dat aan het afnemen is. Ze verwachten volgens mij ook dat dat in 2023 op z’n max is qua inname en daarna gaat het gewoon naar beneden. Dan zijn wij de eiwitopvolgers, wat dat betreft.”

Van Soest: “Er zijn ontzettend veel dingen gebeurd in de afgelopen 9 jaar. Jullie zijn van de festivals… Er zijn nu geen festivals… Jullie zijn van de festivals gegroeid naar de schappen van Albert Heijn, want daar liggen jullie nu ook. Zullen we even een wandeling maken? Even wat stappen zetten en dan bespreken hoe je daar bent gekomen.”

Kulsdom: “Dat is een goed idee.”

Van Soest: “Je zit hier al vanaf het begin hè?”

Kulsdom: “Klopt ja. Ongeveer 7 jaar nu.”

Van Soest: “En uitzicht op het water. Het is echt een prachtige plek. Dus je bent heel dicht bij… Nouja, er groeit hier geen zeewier denk ik hè?”

Kulsdom: “Nee, nog net niet nee. Het is een beetje nutriënt-arm water hier in hartje Amsterdam, dus daar groeit het niet. En daar wil je denk ik ook niet uit eten.”

Van Soest: “Wanneer had je door: dit wordt groot?”

Kulsdom: “Nou, in het eerste jaar toen heb ik een paar keer op een festival gestaan en daar waren we echt zo snel uitverkocht, dan wel stond er zo’n lange rij. Toen dacht ik wel van: wat is hier aan de hand? Dat waren wel echt een soort van momenten dat ik dacht van: mensen willen dit gewoon. Dit werkt gewoon enorm. Die paar keer dat dat aan de hand was, dacht ik echt wel van: dit kan ‘m wel eens gaan worden. Op een gegeven moment stonden we hier vlakbij op de NDSM op een event. Daar was een chef. Die stond naast ons en die verkocht oesters. Die had zeewier als garnering om z’n tafeltje heen. En die kwam die dag drie keer bij ons om zelf te eten. En die zei aan het einde van de dag: kan ik dit op mijn menukaart zetten? En daar hadden we helemaal nog nooit over nagedacht. Toen hebben we uiteraard ja gezegd en dat was wel het begin van The Dutch Weed Burgers doorbraak denk ik.”

Van Soest: “Hoe heb jij die begintijd beleefd?”

Kulsdom: “Het was een hele drukke tijd, denk ik. En er vol voor gaan, bijna er blind voor gaan. Zeker in die festivalwereld. Het romantische beeld van een foodtrucker met een dikke rij voor z’n tent, maar jij bent ook degene die ’s nachts om twee uur een koelkast op een aanhanger staat te sjouwen. Dat heb ik gewoon gedaan met goede vrienden. Dat was gewoon doorgaan tot je er nog net niet bij neerviel, zeg maar. Gewoon bouwen. Ik dacht gewoon van: we gaan er gewoon voor. We pakken alles aan wat op ons afkomt. We hadden wel een idee van waar we wilden staan op festivalgebied. We hebben gewoon toen ook goede partners erbij gezocht om die burgers te maken, zodat dat ook helemaal voor de voedselveiligheid gecheckt was. En zodat we ook grotere voorraden aan konden leggen.”

Van Soest: “En je runt opeens een bedrijf. Je moet de financiën goed in de gaten houden. Je moet goed logistieke processen in de smiezen houden. Was dat een grote overgang voor jou?”

Kulsdom: “Ja dat was best wel een grote overgang, want ik heb geschiedenis gestudeerd eigenlijk. Dus als historicus en filmmaker ineens een bedrijf runnen, is wel zo’n vak apart. Maar het leuke van Amsterdam is wel… Je hebt hier bijvoorbeeld de Impact Hub. Dat zit bij het Tropenmuseum, daaronder.”

Van Soest: “Dat is ook een broedplaats, hè? Waar allerlei creatieve, sociaal ondernemers samen zitten en daar word je ook gecoacht.”

Kulsdom: “Precies. Het is een soort coaching voor sociale startups, ondernemers die… Maar daar zitten ook heel veel mensen bij die hebben wel het wel gestudeerd en heel veel mensen die het niet hebben gestudeerd. Mensen met een goed idee. Ik denk dat ik er daar een van was. Zij hebben ons toen uitgenodigd voor een van hun programma’s. Voor mij persoonlijk was dat een soort bedrijfseconomie speedcursus, spoedcursus. Daar heb ik gewoon zo veel geleerd. Die basis was toch wel heel erg welkom. Om een beetje te begrijpen van wat ik doe en waar het naartoe gaat. Nu na 9 jaar, 10 jaar ondernemer, is ervaring toch wel het allerbelangrijkst. Want je kan wel alles uit het boekje doen, maar er is helemaal geen garantie dat dat ‘m dan gaat worden. Dus ik denk dat… Voor ons heeft het ook wel in z’n voordeel gewerkt. Geen traditionele kijk hebben op wat we aan het doen zijn. Al is het alleen maar omdat we met een hele nieuwe categorie bezig zijn. Dat je echt eigenlijk bezig bent… Je hebt een bedrijf, je hebt een product, maar wat je eigenlijk doet is de hele cultuur verbouwen. Je verbouwt de hele voedselcultuur en dat vraagt wel om een veranderkracht die denk ik nog niet in traditionele boekjes te vinden is.”

Van Soest: “Nee, dus daar heb je niet meteen een businessplan voor nodig? Of dat pas misschien op de achterkant van een bierviltje?”

Kulsdom: “Precies. Ja, in het begin hadden we 3 pagina’s met wat we wilden en waarom. Dat was goed genoeg. En ik denk dat we na 5 jaar echt een businessplan van 20 pagina’s hebben geschreven. Toen we echt door moesten. Maarja, een goed idee is een goed idee. Iemand zei ooit tegen mij van: ‘luister Mark, jij moet niet een plan bedenken met je eigen banksaldo in je eigen achterhoofd. Je moet gewoon een plan bedenken zoals jij dat voor je ziet. En als dat een goed idee is, komt dat geld vanzelf.’”

Van Soest: “Als je echt impact wil maken, dan moet je opschalen. En dan heb je ook te maken – hé, volgens mij is dit een muziekstudio waar we nu aan voorbij lopen.”

Kulsdom: “Ja we lopen langs een bandje wat hier aan het repeteren is. Kan ook hier. Kan allemaal.”

Van Soest: “Dan moet je ook opschalen. En daar heb je geld voor nodig.”

Kulsdom: “Klopt ja.”

Van Soest: “Hoe zijn jullie nu gefinancierd. Laten we daar eerst even beginnen.”

Kulsdom: “Nou, we hebben twee investeringsrondes gehad. En we zijn nu bezig met de derde.”

Van Soest: “Hoe veel heb je tot nu toe opgehaald?”

Kulsdom: “Nou, we zijn begonnen met ongeveer een ton. Dat werd toen geïnvesteerd door een angel investeerder. We hebben een pop-uprestaurant gehad. Daar hebben we ongeveer een kwart miljoen voor gebruikt. En ook wel om de rest op te schalen. En we zijn nu op zoek naar een miljoen euro om echt door te bouwen in de retail in Nederland en in de ons omringende landen.”

Van Soest: “Welk type investeerder zoeken jullie op dit moment?”

Kulsdom: “We zijn specifiek op zoek naar investeerders die in ons plan geloven allereerst, uiteraard. Maar ook echt naar strategische en tactische investeerders. Daar bedoel ik mee: partijen die echt dit plant-based veld kennen. Die ook echt weten wat het is om bezig te zijn met een merk en om een merk te bouwen in verschillende kanalen. En die ook distributiekennis en een netwerk hebben. Dus bijvoorbeeld: we zijn nu aan het praten met een partij die in Scandinavië goed connected is met alle retail-spelers daar. Ja, dat is voor ons natuurlijk een ideale partner om mee te kunnen groeien nu.”

Van Soest: “Als je kijkt naar het wereldje en wat er nu allemaal gebeurt, dan zie ik dat ook die traditionele levensmiddelenproducten ook wel trek hebben in al die plant-based producenten. Unilever heeft natuurlijk De Vegetarische Slager gekocht een paar jaar geleden. Heel recent heeft de grootste vleesleverancier ter wereld Vivera gekocht, een Braziliaans bedrijf. Is dat iets wat je ook zou zien zitten?”

Kulsdom: “Wat voor ons heel goed zijn, is als we aanhaken bij een grote speler die al distributienetwerken heeft en al veel meer slagkracht heeft dan dat wij zeg maar op eigen houtje kunnen ontwikkelen. Dat kunnen we wel ontwikkelen, maar dat duurt gewoon heel lang. Wat je ziet in deze markt is dat het een enorme groeimarkt is. Het wordt inmiddels ook best wel een vechtmarkt, omdat iedereen er bovenop is gedoken met eigen merken. Dus dat is alweer een hele dynamiek, die daardoor ontstaat. Een heel verschil met 5 á 6 jaar geleden. Toen waren we de enige vegan burger die op de markt was. Zeker in de food service in Nederland. Dus dat vraagt gewoon om een hele andere visie. Ik denk dat nu we groter zijn en nu we ook echt van start-up naar scale-up aan het doorbouwen zijn. Het vraagt gewoon ook om een andere manier van werken en een andere manier van doen.”

Van Soest: “Hoe bewaak je de balans tussen het commerciële denken en het idealisme? Want het kán goed samengaan. Dat bewijs je. Maar botst het ook wel eens?”

Kulsdom: “Ja, het botst zeker wel eens. Waar wij niet aan ontkomen, is bijvoorbeeld het gebruik van plastic. Want ja…”

Van Soest: “Je moet het verpakken.”

Kulsdom: “Dat bedoel ik ja. Je moet het verpakken. Ja, je behoudt de kwaliteit door het in plastic te verpakken en dan in een kartonnen door. Dus wij ontkomen er ook niet aan om dat te gebruiken. We hebben ook emmers die we naar de horeca sturen zo van: shit, we kunnen ze niet terughalen, want je mag het al niet eens meer gebruiken. Dus als kleine speler loop je wel tegen dingen aan, waar je gewoon wel mee moet gaan werken.”

Van Soest: “Waar je dus concessies moet doen.”

Kulsdom: “Ja waar je concessies moet doen waarvan je eigenlijk denkt van: ja, eigenlijk zou ik dit liever niet doen. Maar als we dit niet willen doen dan moeten we stoppen met alles. Ja maar we zijn bezig om die vleesindustrie buitenspel te zetten door een heel vet vegan merk te bouwen. Is dat het waard? Dus dan ben je wel bezig om die balans te zoeken en om daar gewoon een keuze in te maken voor onszelf. Toen heb ik ook geleerd van iemand die zei: ‘choose your battles.’ Als kleine speler heb je gewoon niet zo veel invloed, dus zorg maar dat je groter wordt, zodat je wel die invloed hebt. Of zorg maar dat je zo laat zien welke verandering er nodig is in de wereld. En dan lig je echt wel onder de loep bij grote spelers. En die gaan er naar kijken en dat wel omarmen. Dus er zijn wel verschillende manieren om gewoon de lat hoger te leggen voor jezelf, maar ook voor andere partijen die in die zelfde wereld actief zijn.”

Van Soest: “Mark is dus flink aan het opschalen. En dat vergt een andere manier van werken, met extra personeel.”

Kulsdom: “Om met een club van 20 man in een weekend een festival, om daar je eigen tent te runnen. Dat is heel anders dan je met een inkoper van de Albert Heijn om tafel zit en je marges en je schap-acties en allemaal van dat soort dingen bespreekt. Dus dan wil je gewoon mensen in je netwerk hebben of in je team – en dat hebben we inmiddels ook in ons team hebben we iemand erbij gehaald die heeft bij Marqt gewerkt en bij Kitchen on a Mission.”

Van Soest: “Marqt met een Q.”

Kulsdom: “Ja, Marqt met een Q. Dus het vraagt gewoon om specifieke marktkennis. En wat ik hoor bijvoorbeeld. Ik heb een paar goede mensen die mij adviseren. Die wijzen me gewoon op dingen, waarvan ik denk van: wow, dit hadden wij misschien over een jaar pas ontdekt dat dit überhaupt iets is waarmee we rekening moeten houden. En hij weet het nu al en we kunnen er nu al op sturen.”

Van Soest: “Hé en als je groter groeit dan moet je natuurlijk ook dingen gaan uitbesteden. Je zei al: je staat niet meer ’s nachts een koelkast te tillen. Jij bent gesprekken aan het voeren over de volgende stap investeerders en met supermarkten. Hoe weet je wat je zelf doet en wat je moet uitbesteden? En hoe hou je je eigen rol scherp?”

Kulsdom: “Wat ik echt een paar jaar geleden gemerkt heb, is dat ik zag dat mensen met wie ik het deed en inclusief mijzelf, dat wij heel bevlogen waren en we geloofden heel erg in die plant-based ontwikkeling. Alleen niemand van ons had echt die businesservaring, waarvan ik zag dat die nu gewoon keihard nodig was om die volgende stap te zetten. Ik deed een productie op intuïtie, zeg maar. Ik had dat helemaal niet scherp voor ogen, maar ik wist op een gegeven moment wel: ah, ik heb nog zo veel. En dan ging het de hele tijd net goed. Maar ik was heel blij dat er op een gegeven moment iemand in het team kwam, die bij een groot bedrijf had gewerkt en gewoon wist van hoe je daar gewoon die ervaring meenam. En veel meer sturen vanuit data en vanuit… Alles was goed vastgelegd en werd gewoon goed vooruit gepland. Dat was helemaal niet mijn kracht. Ik ben veel sterker in het nu om in het hier en nu dingen te doen. Dat inzicht had ik al wel op een gegeven moment van: we moeten door. Daar horen gewoon andere mensen bij die…”

Van Soest: “Die andere vaardigheden hebben?”

Kulsdom: “Die andere vaardigheden hebben. Ja. En het werd mij ook verteld. Voor iedere fase… Als je kijkt naar een start-up. Je hebt gewoon mensen die zijn heel goed in het eerste stuk en op een gegeven moment haal je mensen erbij die – gekoppeld aan omzet – die het van een 500 naar 5 miljoen brengen. En dan heb je weer andere mensen die zijn weer beter in het andere stuk. Wij zijn nu ook nog… Dirk hier die werkt nu 3 jaar bij de Weed Burger, maar die zit ook nog op de logistiek. Die zegt ook van: ‘ja Jezus, ik vind het helemaal niet meer leuk.’ Je moet gewoon er iemand voor hebben die heeft hier een opleiding voor gedaan. Die haalt hier gewoon z’n uitdaging uit.
Dus op zo’n manier kijk je er wel heel erg naar van: ja, er zijn hele leuke dingen en er zijn wat minder leuke dingen. In het begin heb je gewoon alle petten op. Ik het ze in het begin ook allemaal op gehad. En op een gegeven ga je de minder leuke dingen en de belangrijke dingen uitbesteden aan mensen. En mensen erbij halen die daar heel goed in zijn. We zijn nu bij de Albert Heijn gestart sinds een week of 10. En we waren ook helemaal geen specifieke retailkenners, dus we hebben ook naar iemand gezocht op sales, die daar ervaring in heeft en die weet wat het is om schap-manager te zijn. Die weet wat er speelt aan bonussen, aan marges en acties, klantperceptie et cetera. Al die dingen. Dat moet je dan gewoon aan boord houden.”

Van Soest: “Heb je wel eens een misgreep gedaan? Echt iemand in je team gehaald die daar niet paste?”

Kulsdom: “Ja. Marketing vond ik altijd wel lastig. Dus dat is een heel breed begrip, maar wat je dan eigenlijk zelf nodig hebt is heel specifiek. En het is een hele belangrijke positie. Dus hoe kun je dan nou eigenlijk iemand daar neerzetten die eigenlijk precies begrijpt wat wij willen. En terwijl… Ja wij weten het zelf eigenlijk ook niet eens zo goed wat we nou precies willen. Dus je haalt iemand erbij en dan heb je eigenlijk een hele korte periode om te kijken: is er een goede synergie? Heb je een goede dynamiek met mensen? Kun je hiermee doorbouwen, zeg maar. En niet alleen dat. Je wil ook niet mensen met een soort personeelsmentaliteit. Je eigenlijk een ondernemer erbij. En dat is ook weer een heel specifiek talent, wat mensen ook maar moeten hebben. Dus ja ik ben ook wel een paar keer op m’n bek gegaan, dat ik dacht van: nou, dit werkt eigenlijk helemaal niet. En zelfs in het begin ook. Met goede vrienden, dat je dacht van: ja shit, dit werkt gewoon helemaal niet. Deze jongen is gewoon helemaal een kopie van mij. Te rommelig. Dat vond ik dan heel lastig. Superveel vertraging opgelopen, puur en alleen maar omdat ik niet echt durfde te zeggen van: ‘hé, ja het werkt niet man. Je kan niet meer werken bij de Weed Burger’. Dat vond ik dan gewoon heel lastig.”

Van Soest: “Die deal met de Albert Heijn hè. Ahold. Wat ging er door je heen - echt zo’n sportvraag – toen je voor het eerst The Dutch Weed Burger in de schappen zag liggen bij de Appie?”

Kulsdom: “Ja, dat is wel speciaal natuurlijk. Een winkel waar je ook wel af en toe ook regelmatig komt en dan in een keer heb je daar gewoon iets van jezelf liggen. Dat is wel bijzonder. Dat is wel echt bijzonder. Ook laatst was ik in Rotterdam in de Albert Heijn. Ik moest worsten hebben, omdat we ermee gingen barbecueën. En dan zie je dat zo’n schap leeg is en dat er nog twee pakjes liggen. Dat is wel een heel apart gevoel zeg maar om dat mee te maken.”

Van Soest: “Had je dat ooit gedacht toen je die film gingen maken, die documentaire in Amerika?”

Kulsdom: “Nee, echt voor geen meter. Toen wij die film gingen maken, toen… Weet je, onze hoop was dat mensen die film gingen zien, met de hoop dat ze gingen nadenken om anders te gaan eten. Om die plant-based keuken te omarmen en te gaan verkennen. Dat was eigenlijk de insteek, dus wat ons betreft is alles wat daarna gebeurd is, een succes. We hebben zeker meer dan een miljoen burgers al verkocht en ik heb de Koningin ontmoet en we hebben in Berlijn, Londen, Parijs, Stockholm verkocht. We krijgen soms aanvragen uit Amerika van: hé, wanneer komt naar die burger eens naar New York. Ja, dat maakt het wel dat we de definitie van succes een soort van op een hele eigen manier hebben gedefinieerd. Dat is denk ik heel goed voor ons. Je realiseert je gewoon hoe bijzonder het is dat je gewoon iets de wereld in kan brengen, waar mensen zo enthousiast van zijn. En wat tegelijkertijd symbool staat voor een hoognodige verandering, waar je ook nog eens hele belangrijke onderwerpen mee kan aankaarten, zoals – wat ik net ook al zei – verlies aan biodiversiteit, het onder druk staan van ecosystemen en hoe we omgaan met dieren. Dat is gewoon belangrijk om daar aan deel te nemen, vind ik persoonlijk. En daar heb ik nu m’n werk van gemaakt.”

Van Soest: “Welke tip heb je voor je jongere zelf? Als je als tienjarig jongetje een duurzame onderneming zou willen opstarten, wat zou je nu dan tegen je jongere zelf zeggen?”

Kulsdom: “Nou, hij moet zich niet zo druk maken om alles. Hij moet gewoon vrij snel al z’n eigen groeiplafond doorbreken ofzo. De les die ik aan mezelf wil geven is de enige die mezelf altijd tegen heeft gehouden. Dat ben ik zelf geweest. Als je eenmaal leert om te groeien en om daar doorheen te breken. Ja, er is gewoon zo veel ruimte. Er is gewoon zo veel mogelijk. Veel meer dan dat je zelf kan bedenken.”

Van Soest: “En dan verkoop je opeens meer dan 1 miljoen burgers.”

Kulsdom: “Ja, dat is toch een astronomisch bedrag? Dat had ik echt nooit gedacht.”

Van Soest: “Mark heeft z’n eigen advies opgevolgd en heeft z’n groeiplafond doorbroken. Heel veel zeewierburgers verder, zijn er nu volop plannen voor nieuwe producten én lonkt ook het buitenland. Mijn naam is Annette van Soest. Leuk dat je luisterde naar deze aflevering van Stappenmakers. Wil je horen welke stappen andere ondernemers hebben gezet?

Luister dan naar de rest van deze serie. Wil je meer weten over het opzetten en door laten groeien van een duurzame onderneming? Ga dan naar KVK.nl.”