Schuldregelingen voor ondernemers? Experts geven tips

Stel je eens voor: je kunt je leveranciers niet meer betalen en de openstaande rekeningen stapelen zich op. Welke mogelijkheden heb je dan? Van een minnelijk traject tot aan een alternatieve route: experts vertellen je daar alles over.

Schulden kunnen snel oplopen. Volgens schuldhulpverlener en mkb-adviseur Wim van Schie wachten ondernemers vaak te lang met actie ondernemen. Daardoor raakt een oplossing verder uit het zicht. Zijn advies: “Zoek zo snel mogelijk contact met je schuldeisers als je (tijdelijk) niet kunt betalen. Of stap naar de schuldhulpverlening in je gemeente voor advies en ondersteuning. De kans dat je een faillissement kunt voorkomen, is dan het grootst.”

Laat je in dit artikel informeren over schuldregelingen en faillissement door Van Schie en lees het verhaal over het minnelijk traject van ervaringsdeskundige Sandra Doevendans. Benieuwd naar wat het beste moment is om je bedrijf door te starten? Doorstartexpert Robbert Peek legt het uit. Tot slot gaan experts Pieter Christiaan van Prooijen, Maartje ter Horst en Stefan van Rossum in een video in op een alternatieve route: de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA).

Schuldregelingen

Er zijn twee schuldregelingen. Een vrijwillige schuldregeling, ofwel het minnelijk traject, waaraan schuldeisers vrijwillig meewerken. En de wettelijke schuldsanering, via de regeling Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Bij de Wsnp wordt je pas toegelaten als je eerst geprobeerd hebt je schulden in een minnelijke regeling op te lossen. Beide regelingen zijn voor ondernemers met een eenmanszaak, maatschap, vennootschap onder firma (vof) of commanditaire vennootschap (cv).

Minnelijk traject

“Het minnelijk traject is voor zowel ondernemers als schuldeisers het beste”, zegt Van Schie. Als alle schuldeisers akkoord zijn, kan het traject binnen vier maanden van start. De schuldeisers krijgen hun schulden (deels) op korte termijn betaald en de ondernemer kan na 18 maanden schuldenvrij verder.

Van Schie: “Dit traject is bij ondernemers wel lastiger dan bij mensen in loondienst, omdat er geen sprake is van een stabiel inkomen. Daarom zijn schuldeisers vaak kritischer.” Gaan de schuldeisers niet akkoord, dan is het minnelijk traject mislukt en is Wsnp een mogelijkheid.

Het traject van schuldregelingen is pittig

Wsnp

“Second best is de Wsnp”, gaat Van Schie verder. Alleen als het minnelijk traject mislukt, je schulden problematisch zijn en je ze zelf niet binnen 18 maanden 100 procent kunt aflossen, kun je via de gemeente een verzoek bij de rechtbank indienen om je toe te laten tot de Wsnp. Ook daarbij ben je na afloop van het traject schuldenvrij. Het duurt alleen langer voordat je van start kunt. “Met het doorlopen van het minnelijk traject en de aanvraag bij de rechtbank ben je zo een jaar verder."

Soms lopen schuldenaren vast in het minnelijk traject. Om voor hen de toegang tot de Wsnp laagdrempelig te maken, kunnen ze vanaf 1 mei 2021 rechtstreeks naar een specifieke groep bewindvoerders stappen. Die bewindvoerders kunnen na een mislukt minnelijk traject, ook een dwangakkoord of toegang tot de Wsnp aanvragen.

De praktijk

Sandra Doevendans, auteur van het boek ‘Een Schone Lei’, had in het verleden een café dat ze met grote schulden verkocht. “Ik heb meer dan tien jaar in de schulden gezeten zonder regeling. Om schuldhulp te krijgen, moest ik fulltime werken. Omdat ik graag terug wilde naar school, zat dat er niet in. Daarom heb ik zelf afspraken gemaakt met de schuldeisers. Na al die jaren betalen, merkte ik dat ik er op deze manier nooit vanaf zou komen.”

Zoek zo snel mogelijk hulp

Doevendans probeerde in een minnelijk traject te komen, maar dat ging niet zo makkelijk. “Een van mijn schuldeisers ging in hoger beroep, nadat de kantonrechter mij in het gelijk had gesteld. Het duurde vijf jaar voordat het hoger beroep daadwerkelijk voorkwam. Daarna kwam ik alsnog in aanmerking voor een minnelijk traject, dus daar heb ik toen gebruik van gemaakt. Mijn inkomen was inmiddels een stuk hoger geworden en daardoor kon ik sneller mijn schulden afbetalen. Zo loste ik ongeveer 700 euro per maand af."

Pittig traject

“Het traject van schuldregelingen is pittig”, stelt Van Schie. ''Je hebt een inkomen op bijstandsniveau en je spreekt af dat je je overige inkomsten gebruikt om je schulden mee af te lossen. Je moet je daarbij wel aan de afspraken over je aflossingen houden. Doe je dat niet, dan kunnen je bewindvoerder of schuldeisers de rechtbank vragen je faillissement uit te spreken. Dat is de slechtste optie, omdat je niet schuldenvrij bent en alle controle over je bedrijf verliest.''

Doevendans raadt aan zo snel mogelijk hulp te zoeken. “Doordat we te vaak denken dat we alle schulden alleen moeten dragen, is de kans groot dat je ze niet kunt inlopen, omdat ze door rente op rente alleen maar groter worden. Maak afspraken met schuldeisers en zoek hulp bij de gemeente, die heeft een taak om ondernemers te helpen als ze financiële problemen hebben.” De gemeente is sinds 2012 verantwoordelijk voor schuldhulpverlening volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).

Faillissement

Vanaf het moment dat je faillissement is aangevraagd, neemt een toegewezen curator alle beslissingen over je bedrijf. Je kunt zelf niets meer doen. Vaak zijn er te weinig bezittingen om alle schuldeisers te betalen. Het faillissement eindigt dan, maar je schulden blijven bestaan. Schuldeisers kunnen later weer om geld vragen. “Je bent er dus niet vanaf”, benadrukt Van Schie.

“Met het minnelijk traject kun je dus het snelst van start en ben je na afloop schuldenvrij. Daarnaast heb je bij dit traject geen kosten voor de bewindvoerder bij de Wsnp of curator bij een faillissement. Deze worden eerst uit de boedel betaald, waardoor er minder overblijft voor de schuldeisers.”

Doorstart

Na een faillissement kun je ook kiezen voor een doorstart. In zo’n geval gaat de ondernemer verder met de winstgevende delen van zijn bedrijf of verkoopt hij de gezonde delen ervan. Robbert Peek, insolventiespecialist en founder van het platform Doorstart.nl, heeft in zijn carrière veel horecabedrijven overgekocht en doorgestart.

In de zomer van 2020 kocht Peek een failliet restaurant in zijn woonplaats. “Niemand wilde in de eerste lockdown een restaurant doorstarten, veel te risicovol. Ik vond het een leuk concept voor een goede prijs, maar met een verouderd businessmodel. Dat is de ideale combinatie voor een doorstart.”

Peek vervolgt: “Bij een doorstart moet je altijd een nieuwe koers kiezen en afscheid nemen van een heleboel oude zaken." Zo veranderde hij de naam van het restaurant, vernieuwde de menukaart en richtte de zaak opnieuw in. "Dat is niet altijd makkelijk voor de oud-ondernemer, maar het werkt alleen op deze manier."

Verstop je niet voor je schuldeisers

Daarnaast heeft Peek veel oud-medewerkers in dienst genomen, waaronder de voormalige eigenaar. “Ik had hem gebeld en gevraagd of hij het restaurant wilde doorzetten. Dat wilde hij niet meer als eigenaar, maar wel als bedrijfsleider."

Mocht je een doorstart overwegen, dan raadt Peek in ieder geval het volgende aan: “Verstop je niet voor je schuldeisers. Het is absoluut geen schande als je bedrijf bijna failliet gaat. Schakel een insolventiespecialist in en praat in ieder geval met je boekhouder en de bank over je plannen.”

Alternatieve route: WHOA

Bedrijven met problematische schulden hoeven niet meer failliet te gaan. De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) helpt ondernemers sinds 1 januari 2021 om tot een akkoord te komen met schuldeisers en eventuele aandeelhouders. De WHOA heeft vrijwel hetzelfde resultaat als de Wsnp, maar is praktischer en sneller. Wel kunnen advieskosten voor de begeleiding van een WHOA-traject een belemmering zijn voor kleine(re) zelfstandige ondernemers.

Lopen je schulden op? Maak tijdig gebruik van de WHOA en voorkom faillissement. In onderstaande video vertellen drie experts over de WHOA.

Succesvol schulden aanpakken: gebruik tijdig de WHOA

Aan de slag met schulden

Heb je problematische schulden? Praat erover en kom zo snel mogelijk in actie. Bekijk het stappenplan.