Ondernemen in China: 2 Nederlanders, 5 vragen

Nederlanders ondernemen wereldwijd. Sommige landgenoten verlaten hiervoor hun thuis en runnen in een ander land hun bedrijf. In de rubriek ‘5 vragen aan’ vertellen ze over hun vertrek uit Nederland, successen, uitdagingen en hun nieuwe leven. In de eerste aflevering staan Björn van der Heijden en Jelmer de Jong centraal. Zij werken en wonen in China.

Vraag Maar Raak: starten met import

Ga met andere importeurs in gesprek en krijg praktische tips.

Meld je aan

Björn van der Heijden (34) woont sinds zes jaar in China. Hij is eigenaar van handelsagentschap Scale Roads. Jelmer de Jong (34) is mede-eigenaar van AsiaAssist en helpt ondernemers bij het instappen op de Chinese markt.

Jelmer de Jong en zijn vriendin in Shanghai.

‘Welvaart en kansen’

Als handelsagent zoekt Björn van der Heijden voor westerse klanten de juiste producent. Vervolgens zorgt hij ook voor zaken als het begeleiden van de inkoop, transport, verzekeringen en belasting.

Zijn landgenoot Jelmer de Jong werkt de andere kant op. Hij zorgt ervoor dat westerse merken en producten hun weg vinden naar de volle, maar kansrijke Chinese markt en regelt ook de promotie daarvan.

Beide ondernemers lopen al wat jaren mee in China. Van der Heijden en De Jong zien dan ook veel pluspunten aan de andere kant van de wereld. Toch zijn er ook moeilijke momenten en dingen waar de Nederlanders nooit aan zullen wennen. “Ik ben de botte Hollander, dat voelt heel ongemakkelijk.”

1. Hoe was het om Nederland te verlaten en je in China te vestigen?

BvdH: “Mijn vader werkt internationaal in de logistiek dus in mijn familie ben ik niet de enige wereldreiziger. Mijn ouders waren enthousiast dat ik de stap wilde maken en hebben me gesteund. Ik had een baan en een makkelijk leventje in Nederland, heel comfortabel, maar ik ging bewust op zoek naar meer uitdaging. Ik heb veel landen overwogen en gekozen voor China, omdat de mogelijkheden daar in treinvaart op je afkomen.

Het afscheid was bijzonder. De uitdaging begon daarna in China. Alles is dan ineens anders: de cultuur, de taal. Je kunt niets lezen, verstaat niets en ik was alleen. De taal heb ik nu enigszins onder de knie. Ik bracht mezelf bewust in moeilijke situaties om het te leren: in vergaderingen ging ik bijvoorbeeld in het Chinees antwoorden. In een internationale stad als Shanghai is het overigens geen probleem als ik geen Chinees spreek. En eerlijk is eerlijk: toen ik mijn Chinese vrouw vijf jaar geleden ontmoette, sprak ik haar toch in het Engels aan.”

JdJ: “De taal leren is mij niet gelukt. Toen ik zeven jaar geleden hierheen verhuisde waren mijn zakenpartner en ik dag en nacht bezig met het opstarten van ons bedrijf. Ik heb het even geprobeerd, maar had niet de energie om ook nog te studeren. Gelukkig is Shanghai zo internationaal en modern dat je je in het Engels goed redt.”

“Mijn ouders hielpen me ontzettend in de voorbereidingsfase. Toen ik mijn baan opzegde en vol voor een eigen bedrijf ging, mocht ik weer thuis komen wonen en werd er gratis voor me gezorgd. Met geleend geld van vrienden en familie vertrokken mijn zakenpartner Jean-Paul Schmitz en ik naar China. Ik was al eerder in Hong Kong voor een stage en mijn afstudeerproject. Het leven daar beviel me. En ik zag de welvaart en kansen: Chinezen vlogen een weekendje heen en weer om te shoppen. Ze stonden in de rij voor de winkel van Louis Vuitton.”

2. In Nederland is duurzaamheid een serieus thema, hoe is dat in China?

BvdH: “Ik weet dat vergroenen en verduurzamen een trend in Europa is, maar zodra bedrijven willen groeien en winsten maximaliseren, moeten de kosten omlaag en gaan ze op zoek naar een goedkoper productieland. Dan kom je toch weer uit in Azië. Ik zie daar nul verandering in komen. Er zijn in China wel initiatieven om te verduurzamen, maar dat is echt op lokaal niveau in grotere steden als Beijng, Shanghai en Guangzhou. De meer ontwikkelde Chinezen en westerlingen zoeken naar duurzamere producten. De andere 95% is er niet mee bezig. De overheid wel, maar vooral voor de bühne. Het ene moment sluiten ze kolencentrales, het volgende moment heffen ze het verbod op van kolenimport uit Australië. Dus die kolen worden hier nog steeds verstookt.”

JdJ: “Wat ik zelf merk is dat in Shanghai de luchtkwaliteit een ding is. Bedrijven willen hier schoner produceren omdat de 25 miljoen inwoners echt last hebben van de vervuilde lucht. In zeven jaar is het wel verbeterd, dat merk ik zelf ook. Maar op slechte dagen is het nog altijd code rood. Er is hier een puntensysteem voor fabrieken. Hoe schoner je produceert, hoe meer punten je krijgt. Heb je te weinig punten, dan moet je de deuren sluiten.”

3. Waar heb je echt aan moeten wennen in China?

BvdH: Chinezen stellen zich erg onderdanig op. Ze durven geen nee te zeggen en draaien om de hete brei heen. Dat maakt het werken af en toe erg lastig, want je krijgt gewoon nooit een duidelijk antwoord. Daar lopen mijn westerse klanten ook tegenaan; de communicatie. Wat krom is willen ze recht praten. Maar als ik in een fabriek zie dat de kwaliteit niet is zoals we hebben afgesproken, dan ben ik de botte Hollander en zeg ik dat gewoon. Dat is heel ongemakkelijk, want de medewerker van die fabriek ervaart dat als gezichtsverlies. Je ziet een volwassen man in elkaar kruipen en zich schamen omdat ik hem met mijn grote mond zeg dat hij zijn werk niet goed doet. Na het benoemen van de fout, praten we daarna over een oplossing.”

Björn van der Heijden met een collega in China.

JdJ: “De taal. Ik kan nog steeds geen praatje maken met Chinezen die geen Engels spreken. Laat staan dat je een diep, persoonlijk gesprek hebt. Dat mis ik wel.
In Nederland kom je als nieuwe collega binnen, heet iedereen je welkom, maak je een rondje door het kantoor, drink je een keer een biertje na het werk. Zo leer je elkaar kennen. Hier is dat niet. Mensen komen binnen, gaan op hun plek zitten en doen hun werk. Wat daar precies achter zit, weet ik nog steeds niet. Nederlanders zijn socialer. Als ik hier vraag wat mensen in het weekend gaan doen, is het antwoord vaak ‘rusten’. Het blijft op de vlakte.”

In cijfers: Nederland vs. China

In cijfers: Nederland vs. China

De afstand tussen Nederland en China is 7.600 kilometer.

 Nederland China
Aantal inwoners17,6 miljoen1,4 miljard
Human Capital Index*0.790.65
 Import uit ChinaImport uit Nederland
 44,9 miljard euro14,1 miljard euro
Belangrijkste importproductenComputersMachines
 Modems & routersBabymelkpoeder
 KledingVarkensvlees
 BeeldschermenGeneesmiddelen
 TelefoonsKunststof

 

* Deze index van de Wereldbank toont de welvaart van een land. De index wordt beïnvloed door de economie, maar ook bijvoorbeeld de beschikbaarheid van zorg en onderwijs.

Bronnen: CBS, Wereldbank, indexmundi.com, nl.distance.to.

4. Ben je wel eens eenzaam?

BvdH: “Ja. In de afgelopen jaren is er door corona erg veel veranderd. Er zijn ook veel bevriende ondernemers vertrokken. Met een aantal Chinese contacten drink ik wel eens een biertje, maar echt vrienden zou ik hen niet noemen. Daarvoor verschillen we te veel. In mijn vrije tijd wil ik een goed gesprek kunnen hebben. Of dat nu gaat over de situatie met corona, of de oorlog in Oekraïne. Ik wil daar mijn mening over geven. En wil weten hoe de ander daarnaar kijkt. Ik ben dan op zoek naar de discussie, maar dat zit gewoon niet in de Chinese hoofden. Door het regime hebben mensen hier nooit geleerd om overal een mening over te vormen. Simpelweg omdat het niet nodig is. Mijn vrouw spreekt zich gelukkig wel uit. Zij heeft een tijd in Amerika gewoond en begrijpt daardoor beter hoe ik naar de wereld kijk. Als we ’s avonds het nieuws zien vraag ik haar wel eens hoe zij nu echt aankijkt tegen bepaalde situaties. Dan heeft ze even tijd nodig, maar uiteindelijk krijg ik de reactie wel.”

JdJ: “Ik kijk geregeld uit naar weekenden en avonden dat we met vrienden uit eten gaan. Dan heb ik écht interactie. Op het werk is dat lastig. Vanwege de taal, maar ook omdat de omgang met elkaar minder persoonlijk is. Een paar jaar terug bijvoorbeeld, was ik met mijn Nederlandse vriendin op vakantie in het binnenland van China. Het was echt prachtig. Ik was super enthousiast, had allerlei verhalen, maar eenmaal terug op kantoor vroeg niemand ernaar. Dat is hier gewoon niet gebruikelijk. Daarbij zien collega’s me hier echt als ‘de baas’. Ik houd daar helemaal niet van, maar zo werkt het. Het zorgt wel voor afstand, daardoor heb je geen vrienden op de werkvloer.”

Jelmer de Jong met de camper op vakantie in Gansu.

5. Wat kunnen Nederlanders leren van Chinezen?

JdJ: “Snelheid. Ik zie China toch als een soort van dictatuur. Veel Europeanen zijn daar allergisch voor, hebben er een mening over zonder dat ze hier ooit zijn geweest. Zoals we nu (april 2022, redactie) met 25 miljoen mensen letterlijk zitten opgesloten door een strenge lockdown, dat kan écht niet, vind ik.
Bepaalde dingen gaan erg goed in dit systeem. In Nederland wordt gesproken over een snelle spoorverbinding tussen Groningen en Amsterdam. In China zou zo’n verbinding er in een paar maanden liggen. Ik denk dat ie er in Nederland over acht jaar nog niet ligt. En dan is er tien keer zoveel geld uitgegeven. Door dit soort traagheid gaat Europa meer en meer achterlopen. Er wordt gesproken over één Europa, maar dat blijkt voor mij nergens uit. Zo’n snelle spoorverbinding zou denk ik een goede stap zijn. Als alle grote Europese hoofdsteden snel per trein bereikbaar zijn, wordt het toch veel makkelijker om zaken met elkaar te doen?”

BvdH: “Chinezen hebben een enorme drive. Ik noemde eerder hoe het eraan toe gaat als ik mensen op fouten wijs. Dat vinden ze hier echt niet leuk. Maar het mooie aan Chinezen is dat ze daarna enorme veerkracht en ijver tonen om alsnog tot een goed resultaat te komen. Ze willen absoluut voldoen aan de eisen en denken meteen mee over verbeteringen.”

Jelmer de Jong met zijn team.