Ondernemen in Duitsland: 2 Nederlanders, 5 vragen

Nederlanders ondernemen wereldwijd. Sommige landgenoten verlaten hiervoor hun thuis en runnen in een ander land hun bedrijf. In de rubriek ‘5 vragen aan’ vertellen ze over hun vertrek uit Nederland, successen, uitdagingen en hun nieuwe leven. In de tweede aflevering staan Peer Cox en Annemarie Kant centraal. Zij werken en wonen in Duitsland.

KVK Online sessie: starten met import

Importeren biedt je bedrijf kans voor groei. Doe mee aan dit event.

Meld je aan

Peer Cox (31) zou graag leven van zijn passie: mode. Maar dat is niet eenvoudig, weet hij inmiddels. Het leven in Berlijn bevalt hem desondanks goed. Annemarie Kant (58) bleef in Nederland zonder werk en vertrok in de jaren ’80 noodgedwongen naar Duitsland. In Oldenburg heeft ze sindsdien een eigen tandartsenpraktijk.

Upcycling: Peer Cox maakt een bijzondere outfit met gebruikte kledingstukken.

Passie en kansen

Op school leerde Peer Cox kleding ontwerpen en maken. Niet wat ondernemen is. De markt is overvol, ontdekt hij al snel. Dus doorbreken als designer is niet vanzelfsprekend. In loondienst bij een modelabel is hij ‘slechts’ stagiair, of een minimaal betaalde medewerker. En dus gaat Cox van baan naar baan en gebruikt hij zijn vrije tijd om zichzelf als merk neer te zetten. Op dit moment werkt hij als barrista. “Ik houd hoop. Bij een groter merk leerde ik onlangs dat merken vooral geld verdienen met sociale media en sponsoring, niet met de kleding zelf. Via YouTube en Instagram probeer ik meer volgers te bereiken met video’s en tutorials over upcycling.”

Tandarts Annemarie Kant maakte direct na haar verhuizing naar Duitsland werk van de taal. Ze ging boeken lezen en leerde snel in de praktijk. Maar tussen een taal spreken en een taal écht kennen zit nog een behoorlijke kloof, ervaarde ze.

1. Hoe was het om Nederland te verlaten en je te vestigen in Duitsland?

PC: “Kort nadat ik de modevakschool in Arnhem afrondde, vertrok ik naar Berlijn. Tijdens mijn opleiding liep ik er stage en merkte dat het leven daar me wel beviel. Mensen letten niet zo op elkaar. Ik was in Nijmegen anders gewend. Ik trok naar school nog wel eens iets experimenteels aan en werd dan altijd aangesproken. Niet per sé negatief, maar toch, hier in Berlijn maakt het eigenlijk niets uit. Ik voel meer vrijheid. Zelf ben ik me niet zo bewust van mijn gevoelens van destijds. Ik was meer in een soort spanning van al het nieuwe dat op me afkwam en alles wat ik moest regelen.”

AK: “Het was voor mij geen vrijwillige beslissing. Mijn man en ik hadden allebei de opleiding tot tandarts in Nijmegen afgerond, maar konden in Nederland niet aan het werk. Van de overheid mochten er geen nieuwe praktijken openen. We zijn daardoor gaan onderzoeken waar we aan het werk konden. Saoedi-Arabië hebben we serieus overwogen, maar de keuze viel uiteindelijk op Duitsland omdat mijn man via een Duitse medestudent een baan aangeboden kreeg. Een stuk minder spannend natuurlijk. Het plan was altijd om na een jaar of twee weer terug te keren naar Nederland, maar dat gebeurde niet. Later zeiden we: ‘als we kinderen krijgen. Als ze naar school gaan. Als ze studeren’. Maar we zijn altijd gebleven.”

2. Wat heb je moeten leren in Duitsland?

PC: “Dat er toch meer verschillen zijn met Nederland dan ik had gedacht. Het klinkt stom, maar pas toen ik hier een tijdje woonde ging ik Nederlanders meer waarderen. Die zijn toch wel vriendelijk, servicegericht. Pro-actief ook. Ze denken met je mee. Dat gevoel heb ik hier minder. Nu staat Berlijn niet bekend om zijn vriendelijkheid. Je wordt hier soms uit het niets afgeblaft als je iets doet wat de ander niet aanstaat. Dat wordt de Berliner Schnauze ofwel Berlijnse smoel genoemd. Laatst was ik met twee meiden in een bar toen bij een van hen een vliegje in de wijn zat. In Nederland zou je excuses en nieuwe wijn krijgen, hier niet. ‘Kun je die er niet zelf uithalen’ was het antwoord. De serveerster liep daarna weg. Ik ben er inmiddels aan gewend.”

AK: “Ik had op de middelbare school twee jaar Duits gehad. Toen we net hier gingen wonen, ben ik boeken gaan lezen om de taal beter te leren. Duits spreken ging al snel goed. Toen we in 1988 de praktijk overnamen, hebben we gemerkt dat de taal écht begrijpen langer duurde. We zaten bij de bank voor financiering en konden het allemaal redelijk volgen. Later ontdekten we dat we toch veel hadden gemist. We kregen een krediet en alles was volgens de regels, maar het had veel beter gekund. Ze hebben ons het vel over de oren getrokken.”

“Naast de taal heb ik ook moeten leren dat ik vooral heel uitgesproken iets moet zeggen of vragen. Dat vind ik nog altijd lastig. Ik ben soms te vriendelijk en verwacht dan dat mensen mij begrijpen. Onlangs vroeg ik mijn team om altijd tien minuten voor het spreekuur samen te komen. Dat was niet goed. Daar had ik blijkbaar het precieze tijdstip moeten noemen. Dat soort dingen.”

3. Welke trends zie je in Duitsland?

PC: “Duurzaamheid is in Nederland nu een groot ding. Steeds meer mensen kiezen ook voor tweedehands kleding. In Berlijn is dit niet nieuw, vintage dragen is hier al vele jaren normaal. Zelf draag ik het ook. Niet omdat het nu hip is, maar oprecht omdat ik ook mijn steentje wil bijdragen aan een betere wereld. Dat is best een lastige, want mode en duurzaamheid staan bijna lijnrecht tegenover elkaar.”

“Wat ik ook zie is dat er winkels verdwijnen maar dat er weer nieuwe concepten voor in de plaats komen. Ik werk zelf als barrista bij een zaak die eigenlijk vooral een webshop is. Ze verkopen van alles dat houdbaar is: noten, gedroogd fruit, broodspreads. Nu openen ze fysieke zaken waar je naast het online assortiment ook koffie en ijs kunt kopen. Je ziet dat meer. Winkeltjes waar misschien niet eens echt geld verdiend wordt. Maar ze zijn wel zichtbaar. In het geval van kleding is het voor mij ondenkbaar dat je alles online doet. Veel mensen willen dat toch voelen, of op de hanger zien wapperen.”

Peer Cox bij een overgebleven stuk Berlijnse Muur.

AK: “Meer dan Nederlanders zijn Duitsers bezig met duurzaamheid en ook wel het vegan aanbod. Zelf drink ik bijvoorbeeld geen melk. Overal waar ik kom kan ik een goede capuccino krijgen, met bijvoorbeeld havermelk. In Nederland word ik op veel plekken toch raar aangekeken als ik daarnaar vraag. En je merkt het aan veel meer dingen. De verpakkingsvrije supermarkt bijvoorbeeld. Alleen al in Oldenburg zijn er drie. Misschien omdat het een studentenstad is. Mensen zijn hier heel bewust bezig met verandering. In onze praktijk doen we het ook. We denken mee over duurzame alternatieven. Zo adviseren we bamboe borstels, tandpasta in de vorm van poeder of tabletten en vermijden we zelf wegwerpartikelen waar dat kan.”

In cijfers: Nederland vs. Duitsland

In cijfers: Nederland vs. Duitsland

De afstand tussen Nederland en Duitsland is 575 kilometer.

 NederlandDuitsland
Aantal inwoners17,6 miljoen84,1 miljoen
Human Capital Index*0.790.75
 Import uit DuitslandImport uit Nederland
 91,8 miljard euro133,4 miljard euro
Belangrijkse importproductenVoertuigen voor wegvervoerAardolie
 Elektrische apparatenElektrische apparaten
 Gespecialiseerde machinesGroente en fruit
 MedicijnenDiverse fabricaten
 Diverse machinesToestellen voor telecommunicatie

* Deze index van de Wereldbank toont de welvaart van een land. De index wordt beïnvloed door de economie, maar ook bijvoorbeeld de beschikbaarheid van zorg en onderwijs.

Bronnen: CBS, Wereldbank, indexmundi.com, nl.distance.to.

4. Hoe ziet je privéleven eruit?

AK: “In Duitsland is het verenigingsleven heel groot. Toen we hier kwamen wonen, hebben we zo veel mensen leren kennen. Ik heb inmiddels een grote vriendenkring. Zowel in Duitsland als in Nederland. En het is fijn dat je mensen hebt waarop je kunt terugvallen. In 2018 is mijn man overleden. In 2010 moest hij plots worden geopereerd en vijf weken later kreeg hij een beroerte waarvan hij nooit meer is hersteld. De praktijk was op dat moment niet meer zo belangrijk voor me, maar ik móest natuurlijk door. Voor de kinderen, het personeel, de patiënten. Ik kreeg van alle kanten hulp aangeboden. Daardoor kon de praktijk doordraaien.”
“Sommige Nederlandse vrienden zie ik eens in de twee jaar, maar dan is het altijd meteen goed. In Duitsland heb ik een paar vriendschappen gehad waarin mijn vriendinnen best veel van me verwachtten. Elke week bellen. Steeds vragen ‘hoe is het nu met je’? Dat ging niet zo goed. Misschien is dat een stukje cultuurverschil. Maar dat weet ik niet, misschien ligt het ook gewoon aan mij. Ik kom ook nog vaak in Nederland.”

Annemarie Kant met haar Duitse collega's.

PC: “Corona gooide wel een beetje roet in het eten. Ik weet niet of dat iets Duits is, of dat het toevallig onder mijn vrienden zo ging, maar ze waren allemaal wel héél erg voorzichtig. Zelfs toen we elkaar weer mochten zien, wilden ze nog niet afspreken. Of soms alleen buiten, waar het in de winter heel koud was. Toen was het sociaal gezien best moeilijk om hier als single te wonen. Op mijzelf aangewezen zijn vind ik op zich wel lekker, maar eigenlijk heeft elk mens sociale interactie nodig. Ik heb in een vorige baan met thuiswerken gemerkt dat ik behoefte heb aan meer dan eens per week vrienden ontmoeten. Maar veel van mijn tijd gaat naar mijn Youtubekanaal waarvoor ik tutorials maak. Die video’s zijn belangrijk want daar krijg ik volgers mee op social media. Tegelijk kost het soms te veel tijd en vind ik het gezonder om vrienden voorrang te geven. Mijn sociale leven is voor mij de basis. Dan maar wat minder succes en geld.”

5. Wat kunnen Nederlanders leren van Duitsers?

PC: “Cliché, maar dan toch de ‘püncktlichkeit’. Mensen zijn in arbeidsrelaties echt betrouwbaar. De arbeidsmoraal is denk ik best hoog. Duitsers klagen niet zo veel. 'Je wordt betaald dus je doet gewoon je werk'. Dat klagen is volgens mij iets heel Nederlands, en het beïnvloedt ook de werksfeer. Aan de andere kant ben ik wel iemand die graag meedenkt. En als ik ideeën heb voor verbeteringen, wil ik die graag delen. Bij de koffiebar bijvoorbeeld waren er in de eerste weken na de opening amper klanten. Ik dacht bij mezelf: kom op jongens, zet een reclamebord op de stoep, doe iets! Maar er gebeurde maar niks. Je mond opentrekken is hier niet zo gebruikelijk. Er is minder feedback naar leidinggevenden.”
“Wat ik ook mis bij veel Nederlanders is maatschappelijke betrokkenheid. Ik heb het gevoel dat mensen vaak denken ‘oh, dat is iets van de politiek, ik leid lekker mijn eigen leven’. Het is heel individueel allemaal, en weinig activistisch. Maar innovatie en duurzaamheid hoeven niet altijd vanuit grote bedrijven te komen, dat kan juist goed vanuit mensen zelf komen.”

AK: “Nederland was een tolerant land, maar ik vind dat ten nadele veranderd. De vriend van mijn dochter heeft een donkere huidskleur en krijgt in Amsterdam opmerkingen. In mijn beleving is er hier in Duitsland er veel tegengeluid wanneer de rechtspopulistische kant zich laat horen. Er is iets meer respect, denk ik. Ook op een verjaardag bijvoorbeeld. In Nederland roepen mensen vaak ‘gefeliciteerd allemaal’ en dan gaan ze zitten. Hier krijgt iedereen een hand. En je merkt het ook bij afspraken. In Brabant kwam altijd iedereen te laat, hier is iedereen te vroeg. Ook uit respect. Mensen willen je tijd niet onnodig in beslag nemen.”

Peer Cox met zijn vader in een Berlijnse bar.