Bestuurder van een stichting: ontslag en wanbestuur

Als bestuurder moet je besluiten nemen die goed zijn voor de stichting. Doe je dat niet, dan kunnen je medebestuurders of toezichthouders ingrijpen. Dat kan leiden tot een schorsing of je ontslag.

Inzicht in verzekeringen

De KVK Verzekeringscheck helpt je je verzekeringen te kiezen

Doe de check

In de statuten staat wie een bestuurder mag schorsen of ontslaan. Dat kan een raad van toezicht (rvt), raad van commissarissen (rvc) of het bestuur zelf zijn. Bijvoorbeeld als de bestuurder zich niet aan de regels houdt, geld verspilt of een contract tekent dat de stichting niet kan waarmaken.

In de statuten staat hoe een stichting een bestuurder kan schorsen of ontslaan. Bij een schorsing stuurt een stichting een bestuurder weg voor een bepaalde periode. Bij ontslag mag een bestuurder niet meer terugkomen.

Slecht gedrag

Het bestuur voert het beleid van de stichting uit. Er kan een ruzie of een probleem ontstaan als bestuursleden hun werk niet of niet goed doen. Daarbij kent de wet twee soorten: onbehoorlijke taakvervulling en wanbestuur.

Het slecht uitvoeren van bestuurstaken heet in de wet ‘onbehoorlijke taakvervulling’. Bijvoorbeeld: een penningmeester vergeet belastingaangifte te doen, waardoor de stichting een boete krijgt.

Heel ernstig slecht gedrag van bestuurders noemen we ‘wanbestuur’. Denk aan expres fouten maken in de administratie, geld van de stichting gebruiken voor privézaken of contracten tekenen waar de stichting zich niet aan kan houden.

Hulp nodig?

Heb je hulp nodig bij het maken van statuten? Wbtr.nl helpt je daarbij met tips en stappenplannen.

Een bestuur of bestuurder kan aansprakelijk worden gesteld bij onbehoorlijke taakvervulling en bij wanbestuur. Dan draai je zelf op voor de gevolgen van een verkeerd besluit. Bijvoorbeeld doordat je schulden die daardoor zijn ontstaan met je privégeld moet betalen.

Het bestuur of een bestuurslid van stichting kan aansprakelijk worden gesteld. Dat geldt ook voor een vrijwillig bestuur of vrijwillige bestuurder.

Failliet door slecht bestuur

Bij een faillissement kan een stichting z’n schulden niet meer betalen. Dan wijst de rechter een curator aan om de geldzaken te regelen. Die verkoopt bijvoorbeeld het gebouw, computers en andere spullen. Met de winst uit deze verkoop betaalt de curator eerst zichzelf en daarna betaalt die de schulden zo veel mogelijk af. De curator onderzoekt ook de oorzaken van het faillissement.

Gaat de stichting failliet omdat het bestuur de taken niet goed heeft uitgevoerd? Dan moet de curator dat bewijzen bij een rechter. Daarna kan de rechter de bestuursleden ‘persoonlijk aansprakelijk’ stellen. Dat betekent dat zij voor fouten of schulden moeten betalen met privégeld.