Bestuurder van een vereniging: ontslag en wanbestuur
- De basis
- 27 mei 2026
- 1 min
- Wetten en regels
Als bestuurder moet je besluiten nemen die goed zijn voor de vereniging. Doe je dat niet, dan kunnen leden of toezichthouders ingrijpen. Dat kan leiden tot een schorsing of je ontslag.
Voorkom problemen
Weet met wie je wel/niet zaken kunt doen. Check het Handelsregister en verklein je risico.
De algemene ledenvergadering (ALV), de raad van commissarissen (rvc) of raad van toezicht (rvt) kunnen beslissen dat een bestuurder weg moet. Bijvoorbeeld als de bestuurder zich niet aan de regels houdt, geld verspilt of een contract tekent dat de vereniging niet kan waarmaken.
In de statuten staat hoe een verenging een bestuurder kan schorsen of ontslaan. Bij een schorsing stuurt een vereniging een bestuurder weg voor een bepaalde periode. Bij ontslag mag een bestuurder niet meer terugkomen.
Slecht gedrag
Het bestuur voert het beleid van de vereniging uit. Er kan een ruzie of een probleem ontstaan als bestuursleden hun werk niet of niet goed doen. Daarbij kent de wet twee soorten: onbehoorlijke taakvervulling en wanbestuur.
Het slecht uitvoeren van bestuurstaken heet in de wet ‘onbehoorlijke taakvervulling’. Bijvoorbeeld: een penningmeester vergeet belastingaangifte te doen, waardoor de vereniging een boete krijgt.
Heel ernstig slecht gedrag van bestuurders noemen we ‘wanbestuur’. Denk aan expres fouten maken in de administratie, geld van de vereniging gebruiken voor privézaken of contracten tekenen waar de vereniging zich niet aan kan houden.
Een bestuur of bestuurder kan aansprakelijk worden gesteld bij onbehoorlijke taakvervulling en bij wanbestuur. Dan draai je zelf op voor de gevolgen van een verkeerd besluit. Bijvoorbeeld doordat je schulden die daardoor zijn ontstaan met je privégeld moet betalen.
Het bestuur of een bestuurslid van een formele en informele vereniging kan aansprakelijk worden gesteld. Dat geldt ook voor een vrijwillig bestuur of vrijwillige bestuurder.
Failliet door slecht bestuur
Bij een faillissement kan een organisatie z’n schulden niet meer betalen. Dan wijst de rechter een curator aan om de geldzaken te regelen. Die verkoopt bijvoorbeeld het gebouw, computers en andere spullen. Met de winst uit deze verkoop betaalt de curator eerst zichzelf en daarna betaalt die de schulden zo veel mogelijk af. De curator onderzoekt ook de oorzaken van het faillissement.
Gaat de vereniging failliet omdat het bestuur de taken niet goed heeft uitgevoerd? Dan moet de curator dat bewijzen bij een rechter. Daarna kan de rechter de bestuursleden ‘persoonlijk aansprakelijk’ stellen. Dat betekent dat zij voor fouten of schulden moeten betalen met privégeld.


