Speelgoed importeren, dit zijn de spelregels

Veel speelgoed dat bij de speelgoedwinkel in de schappen ligt, komt uit het buitenland. Nederland importeert veel consoles, gezelschapsspellen en speelgoed van kunststof. Het meeste speelgoed importeren we uit China. Importeurs krijgen daarbij te maken met producteisen en douaneregels. In de EU zijn Duitsland en België grote leveranciers.

Speelgoed moet veilig zijn. Daarom zijn er producteisen. Deze eisen verschillen per soort speelgoed en het gebruikte materiaal. Zo geldt voor veel speelgoed een verplichte CE-markering. In dit artikel krijg je uitleg over verschillende producteisen en lees je waar je verder op moet letten als speelgoedimporteur.

Producteisen

De Europese richtlijn (2001/95/EG) voor algemene productveiligheid beschermt consumenten tegen onveilige producten. Zo moeten Europese producenten de consument informeren over veiligheids- en gezondheidsrisico’s van hun producten. Ook voor importeurs die hun producten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER)importeren is dit verplicht. Behalve eisen voor algemene productveiligheid zijn er voor speelgoed extra producteisen.

CE-markering

Speelgoed voor kinderen jonger dan veertien jaar moet voldoen aan de veiligheidseisen van artikel 10 en bijlage II van de Europese speelgoedveiligheidsrichtlijn. Deze eisen gaan over de fysische, mechanische, chemische en elektrische eigenschappen van het speelgoed. En over de ontvlambaarheid, hygiëne en radioactiviteit van de producten. Speelgoed dat valt onder deze richtlijn heeft CE-markeringnodig. Op deze producten staat dan het CE-merkteken.

Op de website van RVO vind je de verplichtingen van de speelgoedveiligheidsrichtlijn. Voor de fabrikant van het speelgoed of diens gemachtigde, voor importeurs van speelgoed van buiten de EU en voor distributeurs die speelgoed uit een EU-land importeren. Hier staat ook een overzicht van speelgoed waarvoor de richtlijn niet is bedoeld. Bijvoorbeeld speeltoestellen in speeltuinen.

Elektrisch en elektronisch speelgoed

Er zijn meer Europese richtlijnen voor speelgoed, zoals richtlijn 2011/65/EU. Deze staat bekend als Restriction of Hazardous Substances (RoHS). RoHS heeft regels die het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur beperken. Elektrische speelgoedtreinen vallen daar bijvoorbeeld onder. Op deze producten moet een CE-markering staan, ongeacht de leeftijd van de gebruiker.

Voor elektrisch en elektronisch speelgoed kan ook CE-markering nodig zijn op basis van de volgende richtlijnen:

  • EMC-richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit 2014/30/EU
  • Richtlijn Radioapparatuur 2014/53/EU
  • Richtlijn Laagspanningsmateriaal (2014/35/EU)

RVO geeft meer informatie over deze richtlijnen.

REACH: beperken chemische stoffen

In speelgoed kunnen chemische stoffen zitten die schadelijk zijn voor de gezondheid. De Europese wet REACH beschermt mens en milieu tegen de gevaren van deze stoffen. REACH verbiedt of beperkt het gebruik of de invoer van bepaalde schadelijke chemische stoffen in de EU. Zo zijn er bijvoorbeeld regels voor de aanwezigheid van formaldehyde en azo-kleurstoffen in speelgoed van textiel. En voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak's) in speeltoestellen en weekmakers (ftalaten) in speelgoed. Heb je vragen over REACH? Neem dan contact op met de REACH-helpdesk. De website Waarzitwatin geeft informatie over de aanwezigheid van chemische stoffen in speelgoed.

Batterijen in speelgoed

Batterijen kunnen schadelijk zijn als ze chemische vloeistoffen lekken. Of als een kind een batterij per ongeluk in diens mond stopt en inslikt. Daarom moet speelgoed met batterijen een batterijhouder hebben die je alleen met een schroevendraaier of muntstuk opent. Voor de batterijen zelf is er de Europese richtlijn (2006/66/EG). Doel van deze richtlijn is het gescheiden inzamelen en recyclen van gebruikte batterijen en loodaccu’s verbeteren.

WEEE/AEEA-richtlijn

Breng je als eerste elektrisch of elektronisch speelgoed op de Nederlandse markt? Dan moet je je houden aan de Europese WEEE-richtlijn. Deze richtlijn gaat over afgedankte elektrische en elektronische apparatuur inzamelen en verwerken (AEEA). Je schrijft je in bij Stichting OPEN en meldt wat je aan elektrisch of elektronisch speelgoed op de markt brengt. Stichting OPEN zamelt de producten aan het einde van de levensduur in en zorgt voor de sortering en recycling ervan. Dit doet Stichting OPEN ook voor gebruikte batterijen en loodaccu’s in het speelgoed. Je betaalt hiervoor een afvalbeheerbijdrage.

Websites met producteisen

Op deze websites vind je extra informatie over de producteisen voor speelgoed.

Productaansprakelijkheid

Importeer je speelgoed uit landen buiten de EER? Of koop je speelgoed in binnen de EER, maar hang je er een eigen label of merknaam aan? Dan ben je aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een gebrek aan het speelgoed. Zorg dat je speelgoed voldoet aan alle eisen en regels. Je kunt je tegen productaansprakelijkheid verzekeren.  

Importeren uit EU-landen

In de EU is vrij verkeer van goederen. Je betaalt geen invoerrechten als je speelgoed importeert uit een ander EU-land. Je producten voor invoer aangeven bij de douane is niet nodig. De leverancier brengt meestal 0% btw in rekening. Je moet dan wel je btw-identificatienummer doorgeven aan het buitenlandse bedrijf. Je berekent 21% Nederlandse btw over de aankoop en geeft deze op in je btw-aangifte. Daarna mag je deze btw meestal als voorbelasting aftrekken in dezelfde aangifte.

Stappenplan importeren

Als je wilt importeren, maak je met je buitenlandse leverancier afspraken over zaken als het transport en de betaling. Succesvol starten met importeren lukt met voldoende kennis van het importproces. Met het Stappenplan importeren loop je in veertien stappen door dit proces. Van marktonderzoek tot het sluiten van een contract.

Importeren uit landen buiten de EU

Als je speelgoed importeert uit een land buiten de EU doe je een invoeraangifte bij de douane. Meestal regelt je vervoerder of douane-expediteur dit voor je. Hiervoor vragen zij een vergoeding. Vaak schieten ze ook mogelijke invoerrechten en invoer-btw voor.

Verder heb je een EORI-nummer nodig. Dit identificatienummer is verplicht bij activiteiten met de douane.

Invoerrechten

Je betaalt misschien invoerrechten bij import van speelgoed uit een land buiten de EU. Je betaalt invoerrechten over de douanewaarde. Dit is de aankoopprijs van je producten plus transport- en verzekeringskosten tot aan de EU-grens of haven van binnenkomst. Voor speelgoed is het percentage aan invoerrecht tussen 0% en 4,7%. Er is ook speelgoed waarvoor je nooit invoerrechten betaalt. Bijvoorbeeld poppenwagens en elektrische treinen. Hoeveel invoerrechten je betaalt hangt af van de goederencode van het product dat je importeert.

Goederencodes

Bij invoer heb je een tiencijferige goederencode van het product nodig. Een andere naam voor deze code is taric-code. Je vindt de goederencodes en invoerrechten die erbij horen in het gebruikstariefvan de Nederlandse Douane.

Klik op het tabblad 'nomenclatuur' en daarbinnen op 'raadplegen via nomenclatuur'. Ga voor speelgoed naar HOOFDSTUK 95.

De goederencodes voor het meeste speelgoed beginnen met de cijfers 9503 en 9504. Onder deze hoofdgroepen vallen:

  • 9503: Driewielers, autopeds, pedaalauto's en dergelijk speelgoed op wielen; poppenwagens; poppen; ander speelgoed; modellen op schaal en dergelijke modellen voor ontspanning, ook indien bewegend; puzzels van alle soorten.
  • 9504: Consoles en machines voor videospellen, artikelen voor gezelschapsspellen, daaronder begrepen spellen met motor of met drijfwerk, biljarten, speciale tafels voor casinospellen en automatische bowlinginstallaties.

In het artikel Invoerrechten betalen: een uitleg voor importeurs staat een voorbeeld hoe je in het gebruikstarief invoerrechten opzoekt. Kom je er niet uit, bel dan met de DouaneTelefoon, 0800 01 43.

Minder invoerrechten door handelsverdrag

Zitten er invoerrechten op het speelgoed dat je wilt importeren? Als je direct importeert uit landen waarmee de EU een handelsverdrag heeft, betaal je voor deze producten vaak minder of geen invoerrechten. Dit heet tariefpreferentie. Het speelgoed moet dan van preferentiële oorsprong zijn uit het verdragsland. Dit betekent dat het speelgoed helemaal is gemaakt in het verdragsland of daar toereikend is bewerkt.

Je bewijst de preferentiële oorsprong met een preferentieel oorsprongscertificaat of -verklaring, zoals een EUR.1-certificaat, factuurverklaring of attest van oorsprong. Welk oorsprongscertificaat of -verklaring nodig is, hangt af van het verdragsland. In Access2Markets staat een overzicht van landen waarmee de EU een handelsverdrag heeft.

Niet-preferentieel tariefcontingent

Voor sommige soorten met de hand gemaakt speelgoed heb je bij invoer uit bepaalde landen een niet-preferentieel tariefcontingent. Dit betekent dat je deze producten binnen een bepaalde periode zonder invoerrechten mag invoeren. Hieronder vallen bijvoorbeeld 'met de hand gemaakte decoratieve poppen, gekleed op folkloristische wijze die kenmerkend is voor het land van oorsprong' (taric-code: 9503 00 21 10). Het tariefcontingent wordt gebruikt bij import uit verschillende Aziatische en Midden- en Zuid-Amerikaanse landen. Of er een tariefcontingent is, zie je in het gebruikstarief van de Belastingdienst Douane.

Voorwaarde voor de vrijstelling van invoerrechten is dat je bij invoer een echtheidscertificaat laat zien. Dit is een speciaal certificaat voor handicrafts ofwel met de hand gemaakte producten.. Dit certificaat vraagt je leverancier aan bij de officiële instantie in diens land.

Is de hoeveelheid binnen het tariefcontingent bereikt dan betaal je vanaf dat moment weer invoerrechten.

Invoer-btw

Bij invoer van speelgoed betaal je 21% Nederlandse btw. Deze btw mag je in je btw-aangifte aftrekken als voorbelasting als je recht hebt op btw-aftrek.

Importeer je regelmatig uit landen buiten de EU? Met een vergunning artikel 23 van de Belastingdienst betaal je de btw niet op het moment van invoer. Je mag de btw dan verleggen naar je btw-aangifte. Zo houd je meer geld in kas.